woensdag 9 november 2016

De zesde mini-expé naar de Haute Marne.

De zesde mini-expe naar het grensgebied Haute Marne en Haute Saône.

(27/10/2016 en 02/11/2016 tot 06/11/2016)

(27/10/2016)

Ik zit al enkele dagen in ons basiskamp. Agnes Lamotte, prof archeologie aan de universiteit van Lille en Dijon, nodigt me uit om 's namiddags mee enkele grotjes te gaan bekijken in Fouvent-le-Bas die misschien wel prehistorisch interessant kunnen zijn. Ze liggen meestal op privé-terrein en dus ben ik zeer blij met haar voorstel.
Samen met haar, een assistent en enkele plaatselijke bewoners bezoeken we een heleboel pertes, grotjes, resurgenties enz.


Voor mij wordt het een zeer interessante namiddag, met veel uitleg en voor ons speleo's twee mogelijke graafplekken!
Tevens wordt in een pas geploegd veld door de assistent een bi-face (schraper) van Neanderthaler gevonden. Dat is in de streek geen uitzondering, maar voor leken zoals ons is het toch wel bijzonder.
s' Avonds komt Agnes nog de hele avond bij ons doorbrengen en wisselen we gegevens uit. Het wordt een heel fijn contact en de samenwerking (archeo-speleo) wordt bezegeld.

(02/11/2016 tot 06/11/2016)


Woensdagavond (02/11/2016) is 's avonds de ganse ploeg in Poinson-lès-Fayl aangekomen en zijn we compleet: Peter, Liam, Dagobert, Julans, Erik en ikzelf. We nestelen ons nog een uurtje voor de houtkachel en daarna duiken we onder de wol.

Donderdag graven we verder in de Trou du Tonnerre, een grot die we volledig gedesobstrueerd hebben tijdens de vierde en vijfde mini-expe. ( zie ook: http://scavalon.blogspot.be/2016/07/haute-marne-trou-du-tonnere.html )


Ik was er nadien solo nog enkele keren gaan werken en dat puin moest er eerst nog uitgehaald worden. Met zes was dat snel gefikst, en dus begon Dagobert ijverig verder te graven, na een uurtje afgelost door Peter.
Ondertussen maakten Erik en ik een bovengrondse topo zodat we alle grotjes konden situeren ten opzichte van elkaar. Omdat er nog steeds weinig water is, wordt ook de tijdelijke resurgentie opgemeten.

Een ander doel van de expe was het doen van een sondage in de Trou du Rocheleule (Gilley). Dit door ons gedesobstrueerd grotje zou wel eens een prehistorisch Hyena-nest kunnen zijn, en omdat er in de streek al redelijk wat resten van mammoet en andere beesten gevonden zijn, hoopten we op een mega vondst. Dus trok Dagobert, Erik en Julans er in de namiddag naartoe. Spijtig genoeg hadden ze geen succes. Waarschijnlijk ligt het grotje te hoog op de helling om als nest interessant te zijn.

We geraken in de Tonnerre uiteidelijk twee meter verder, maar het wordt daar rechtdoor redelijk hopeloos. Tijdens de maaltijd (gemarineerde kip met frieten en fruit van Peter!) wordt dan ook unaniem beslist om morgen in het pijpje aan de rechterkant verder te doen. Dat kan voorlopig met twee man, dus gaat de rest naar de Deujeau. Deze klassieker hebben we al vaak gedaan, maar voor Erik en Julans is ze nieuw.

Vrijdag trekken Jos, Erik, Julans en Liam naar de Deujeau. Erik equipeert de ingangsput en even later staan we in de collecteur. De tocht verloopt vlot en om 2 uur 's namiddags staan we alweer aan de Tonnerre. Juist op tijd om bakken te trekken! Dagobert en Peter hebben niet stil gezeten. De smalle pijp naar rechts is nu een comfortabele  passage. En er is ruimte. Hoopvol doen we dus voort.
Ik topografeer ondertussen met Dagobert de grot zodat we nu alles aan elkaar kunnen plakken!
Laat in de namiddag hebben we (Julans dan toch) zicht op een pijpje dat opnieuw berginwaarts gaat en dat na enkele meters breder lijkt te worden. De toegang zal nog wel veel werk vragen, maar toch zijn we hoopvol gestemd. Het zou kunnen dat we eindelijk 'vertrokken' zijn. Het is echter al laat en dus kramen we op. Het vervolg zal voor de zevende mini-expe  zijn.

Zaterdag staat er immers een klassieker op het programma: de Gouffre/Grotte du Captiot. Deze grot ligt op 47 km van ons basiskamp in Gy en is door ons vlamingen weinig gekend.


Het regent vandaag en het is kil en vochtig als we ons klaarmaken. Volgens de beschrijving kan je tot aan de ingang rijden met de auto, maar dat blijkt vandaag de dag niet meer mogelijk te zijn. Dus wordt het een kwartiertje stappen. Het is weekend, dus is het jacht! Gelukkig zitten de jagers niet dichtbij (we zien en horen ze wel in de verte!). Na veel zoeken vinden we de ingang (dankzij een trail -runner die ons de weg wijst).
De ingang verrast ons: best wel imposant!



We volgen de schuin aflopende brede gang die geleidelijk versmalt en na 60 m eindigt bij Puits Mario (P13). Erik equipeert voor de eerste maal onder de grond, én hij doet dat prima. Ik ga hier niet de ganse grot beschrijven, maar het is een echte aanrader.
We zagen er een vleermuiskolonie, moesten stukken op onze buik, traverseerden lange sportieve meanders die geëquipeerd moesten worden (goed gedaan Erik!), klommen een (vastgeëquipeerd) putje uit, baggerden wat door modder en moesten uiteindelijk halt houden wegens slechte spits en reeds te laat... Julans, onze Benjamin van 15 jaar, desequipeerd!
Maar we komen er zeker nog terug, ondanks de CO2 die er goed voelbaar was.
Er zijn in het eerste deel veel nieuwe spits wegens een speleo-secous oefening enkele jaren geleden. (zie: http://www.haute-saone.gouv.fr/content/download/5171/31850/file/exercice)

We maken er weer een gezellige avond van en maken al plannen voor de volgende expe. We hebben goede hoop op de Tonnere, en er ligt nog een klassieker te wachten! (het wordt een gewoonte om 2 graafdagen te laten volgen door één klassieke grottocht).
Wordt vervolgd.

Jos



Nieuws van het Belgische explofront

Tijdens een weekje herfstvakantie hebben Annette en ik ijverig verder gedaan aan diverse van onze Belgische projecten. Een samenvatting:

Zaterdag 29 oktober 2015
Trou du Parrain in Eprave; een grot die al heel lang op mijn wenslijst stond. Het was een werkbezoek onder leiding van Benoit Lebeau (GRPS), in gezelschap van Marc Legros (SCF) en Annette. Het eerste deel van de grot is door mijnwerkers uitgegraven in de 19de eeuw. Verderop is er een ruime, zeer geconcretioneerde galerij (Cimétière), gevolgd door een zaal en enkele annexe réseaus en gangen. Achteraan zochten we in elk gaatje, maar een evidente plek om te werken vonden we niet echt. We vervingen ook een looplijn, dus hadden we de boormachine toch niet voor niks bij. We haalden ook nogal wat rommel van de ontdekkers eruit, graafbakken, emmers, graafmateriaal enz. Toffe grot, jammer genoeg met plakkerige modder en die zit ook over de meeste concreties uitgesmeerd, want de oorspronkelijke ontdekkers van deze grot namen het destijds niet zo nauw. Tegenwoordig is de grot perfect gebaliseerd met touwtjes zodat er geen verdere schade meer kan bijkomen.

Woensdag 2 november 2016
Met Annette naar de Fagnoules. Eerst een uurtje bezig geweest met het fotograferen van een boeket bizarre zwammetjes in de Salle des Arcs. Deze waren op een binnengespoelde dennenappel gegroeid; echt prachtige dingetjes. 



Daarna naar de Siphon Exterminé (S2) waar we als opdracht hadden: een plop zetten in het plafond, op het laagste punt. De waterstand was nog steeds erg laag, er was 30 cm lucht en dus was het nu of nooit. Op mijn rug in het water liggend boorde ik zo een gat van bijna 1 m diep (en 12 mm diameter). Extra veel goe poeier erin, en een half uur later BOEM. Het resultaat valt af te wachten. Hopelijk is dit lage punt, dat bij hoog water een probleem kan zijn (2 jaar geleden moesten we hier nog met het hoofd half onder water passeren), nu definitief weg. Tenslotte nog een uur bezig geweest aan de ingang, waar ik de opening in het beton onder de poort vergrootte met de Hilti, hamer en beitel, om aldus de doorstroming van het water te verbeteren. Hopelijk hebben we nu minder last van modderophoping voor de poort.

Vrijdag 4 november 2016
Grotte de Vieuxville, Annette en Paul. Deze grot ligt amper 150 m van onze chalet, da’s praktisch dus. Samen met Frits van de GRSC had ik vorig jaar deze oude werf van NTS hernomen. Eerst hadden we de grot getopografeerd, daarna hadden we er in 2015-2016 enkele malen ingewerkt en zo vlot wel 80 m bijgevonden! Onze laatste ontdekking dateerde van februari en was een ruime galerij die nog op topografie en een tweede oordeel wachtte.

Eerst de grot aan Annette getoond, daarna naar het stuk dat Frits en ik in februari ontdekten. Dit geheel getopografeerd (38 m). Tijdens de toposessie ergens omhooggeklommen en zo een meter of 5 bijgevonden, met einde op een vernauwing met erachter minstens 5 m ruimere gang. Maar weinig tocht. Tot slot in de nauwe spleet (links als je de nieuwe gang binnenkomt) ook een vervolg ontwaard en dat ziet er goed uit want hier is goede blazende tocht! Desobstructie van beide mogelijkheden is eenvoudig. Maar dat gaan we natuurlijk samen met Frits doen.
De grot meet nu al 249 m.

Zondag 6 nov 2016
Trou des Mouflons
Na het laatste verslag hier op het blog http://scavalon.blogspot.be/2016/05/mouflons-langzaam-maar-zeker.html waren we nog 2 keer terug naar daar geweest. Aldus zaten we nu 3 m diep in een putje dat geheel met hoekig puin (van buiten afkomstig dus) was opgevuld en moeizaam moest worden leeggemaakt. 
Vandaag voor de  15de keer naar de Mouflons, met Annette. Vandaag ging het gebeuren. Eerst was het de beurt aan Annette om puin te ruimen. Een uur later was ze 70 cm gezakt en werden de blokken groter, er waren zelfs gaten tussen waarin steentjes 2 meter diep vielen! Daarna ruimde ik nog een uur. Het was nu duidelijk: onder ons waren er grote blokken met daartussen hopelijk doordringbare ruimte. Maar doordat we weer een meter dieper waren gezakt, hadden we nu links van ons een stapel zeer instabiel en afbrokkelend puin. Die kon elke moment de dieperik ingaan. We verkozen voor een plopje in een sleutelblok. 
Paul kan voorzichtig door de net vrijgemaakte doorgang glippen
Dat bleek de goede keuze: een uur later was de doorgang vrij en kon ik tussen 2 grote blokken doorglippen en hoera: voor het eerst in 15 graafdagen kwamen we in een ruimte uit! Hier was zelfs plaats voor ons allebei! Veel stelde het niet voor: we konden in 3 richtingen telkens een paar meter ver geraken. Maar in één hoek was er zeer duidelijke tocht, een klein gaatje lonkte. We werkten daar nog een uurtje aan tot we zicht kregen op een meter extra vervolg.

Annette in het ontdekte vervolg. Nog klein maar wel echte grot.


De dag was om, maar we waren toch wel tevreden. We zitten in een stabiel grotje en we hebben daar stockageruimte zodat we niet met meer met alle stenen naar buiten moeten. Want dat buiten is toch al wel 7-8 m omhoog! Hopelijk geraken we nu ook verder in een echte, grote grot (hoewel de kans reëel is dat we gewoon in de Trou des Côtes uitkomen).

woensdag 28 september 2016

Anialarra september 2016

Traditioneel breien we in september een vervolg aan onze augustusexpeditie. En aangezien we dit jaar een jubileum vierden (20 jaar Anialarra-expedities), gaven we er deze keer een flinke lap op.  We kropen dus weer boven op onze berg, om daar twee weken lang als holbewoners de elementen te trotseren.
De eerste week (van 10/9 tot 17/9) waren dat de oudjes Annette, Paul en Jack aangevuld met het jongere geweld Frits en Tobias. De tweede week (van 17/9 tot 24/9) werden Frits en Jack afgelost door Mark en Dagobert.

De eerste weersvoorspellingen deden uitschijnen dat we opnieuw stralend weer zouden krijgen (zoals in augustus) maar in de praktijk viel dat effe tegen! Na drie dagen mooi weer kwam er een zware storing voorbij die veel regen, mist, wind en smeltende sneeuw bracht. En koud: de 20 °C van de eerste dagen maakten plaats voor 5°C. ’t Is niet omdat je in Spanje zit, dat het warm is, hoor! Deze storing teisterde ons toch wel een dag of 4-5 en vooral het middelste weekend was affreus slecht. Veel kan je er dan niet doen: natte grotten, natte schoenen, natte kleren. En slecht humeur.
Maar dat alles weerhield ons niet om op alle fronten door te werken. Een korte samenvatting:

AN507-Sima de las Plumas
Na de eerste dagen explo vorig jaar in september door Paul & Annette, was dit echt een kanshebber om een grote grot te ontdekken. Maar al in augustus hadden we door dat het er niet zo vlot zou gaan. En ook in september braken we niet echt in iets groot door. Zes dagen werk nu weer, om hooguit 5 m verder en dieper te geraken. Voorlopig einde op 60 m diepte. Alle 7 de deelnemers ploeterden afwisselend in deze grot.

Jack in de Plumas

Laatste put van Plumas. Intussen zitten we nog 3 m dieper.
AN624-Sima Pokémon
De in augustus bereikte terminus, een spleet van amper een vuist breed, werd na enkele dagen bruut geweld over liefst 7 meter verbreed, en leverde de toegang op tot een put van 10 m (Puits Zubat). Beneden opnieuw een spleetje, dat zich na 3 dagen gewonnen gaf. Erachter een nauwe put/meander waar nog wat werk aan is. Maar het ziet er niet slecht uit en er staat een flinke aanzuigende tocht. We zitten nu 50 m diep. Wordt zeker vervolgd want deze grot is een mogelijkheid om in de Rivière Tintin te geraken, 400 m dieper dan. Pokémon stond op het menu van Paul, Tobias en Annette.

Annette aan het werk in de (verbrede) eindmeander van Pokémon

AN669-Sima de la Babosa
Klepper van een grot waarin we nu al jaren bezig zijn. In augustus exploreerden we een nieuwe puttenreeks (Puits du Coup de Pierre) die vanaf -190 m bijna 100 m dieper ging om daar met de reeds gekende eindput van de grot (Puits des 7 Méandres) te verbinden, rond -280. We herzagen het diepste punt van de grot en ontdekten, na wat werk, een vervolgje dat ons 7 m dieper bracht. Daar is het enige vervolg een spleet van 10 cm breed met veel tocht. Maar we zitten hier zo diep (-351 m) en de grot is zo moeilijk, dat (bijna) niemand staat te springen voor grote werken daar. Temeer omdat we nog een andere tak in de grot hebben, de Puits Manneken Pis (rond -210) waar een klein gaatje een nieuwe, diepe put voorafgaat. Het verbreden ervan is een formaliteit. En dus werd de grot gedesequipeerd vanaf -351 tot -190, en werd die Manneken Pis geëquipeerd, met het oog op exploratie in 2017.
Babosa: Frits en Jack maken een nieuw putje open op -345 m.

Babosa: Annette in de Puits du Coup de Pierre (P100)
 Voor dit alles waren twee stevige tochten van elk 10-12 uur nodig: een eerste met Annette, Jack, Tobias en Frits. Een volgende met Annette, Paul, Mark en Tobias.
Mark, terug van enkele jaren weggeweest na zijn zware ongeval, deed de grot fluitend. Zijn nieuwe knie is dus beter dan een echte. Yes de Mark is terug! En Annette die heeft intussen echt wel een dusdanige voorsprong qua aantal Babosatochten, dat ze nog onmogelijk kan worden bijgebeend.
Babosa: de spleet onderaan de Puits Manneken Pis. Erachter: minstens 50 m aan putten.

Deze grot zou de hoogste ingang van het Systeem kunnen worden, maar dan moeten we nog zeker 100 m dieper zien te geraken (concreet dus tot -450 m).

Systeem van Anialarra
Er werd nog een lange dagtrip gehouden (Frits, Jack, Tobias) waarbij op vele plaatsen nieuwe galerijen werden in kaart gebracht of oude, onnauwkeurige zaken werden gehertopografeerd. Het gevolg hiervan is dat de kaart van deze sector van de grot een onbegrijpelijk kluwen is aan het worden. Een echt bord spaghetti.
Het is nog te vroeg om al definitieve cijfers te geven over de nieuwe lengte van het Systeem. ’t Zal om en bij de 43 km zijn, schat ik.


AN596-Sima Antartica
Eindelijk naar deze grot die al sedert 2011 in stand-by stond. Bart en Kris hadden er toen één explo in gedaan en waren rond de -70 in een zaal vol sneeuw en ijs beland, met zicht op een diepe put.
Echter, wij volgden een heel andere weg omlaag, wat veel equipement vereiste, tot in een zaaltje op -40 m dat grotendeels met ijs gevuld was. Hier was een magnifieke put in gesmolten: een 29 m diepe “tube” die toeliet om onder de 30 m dikke ijslaag te geraken in een soort galerij vol sneeuw en ijs. 


Annette in de 29 m diepe ijsput
Tobias equipeert de ingang

De mooie ijszaal van de Sima Antartica.

Langs deze weg geraakten we in dezelfde zaal op -70 als die Kris en Bart (waarschijnlijk) ook bereikten. Een enorm gat omlaag wees de weg maar er hingen tonnen smeltend ijs boven en pas na anderhalf uur werken om dat te laten vallen, konden we de nieuwe  Puits des Cascadeurs afdalen. 50 m diep, van boven tot onder met ijs en sneeuw bedekt. Spectaculair, prachtig maar ook levensgevaarlijk, want in deze periode smelt het ijs snel.
De spectaculaire P50 (onderste stukje enkel)
Beneden de put werd het nog straffer want we stonden hier in een galerij/zaal van wel 40 m hoog. Akoestiek als in een kerk, en de bodem bedekt met sneeuwbergen: de Salle des Dunes. Gezien het gevaar voor vallend ijs te groot was, werd de explo hier gestaakt; enkel het duo Frits/Tobias deed nog een blitz-explo wat verder. Ze vonden zo nog 80 m bij, en stopten aan een zeer diepe put (>  100 m).
Blok van een halve ton, bovenaan de P50
Hopelijk geraken we hier volgend jaar terug, en het zal met al mijn fotomateriaal zijn,want dit is echt een prachtige grot. Ook deze grot werd door alle 7 de deelnemers gedaan.
Schets uit het topoboekje, van de Sima Antartica

AN211
Bij het uitwerken van de topogegevens van de Sima Antartica, kwamen we tot de conclusie dat de ijszaal op -40 m van de Antartica, overeenstemde met een vergelijkbare ijszaal in een andere grot, de AN211 (-340 m diep en in 1993-1994 ontdekt door de S.S. Plantaurel). De vrees rees dat de diepe put die Frits en Tobias hadden ontdekt in de Antartica, wel eens niks anders zou kunnen zijn dan de grote put (P145) van de AN211.
Een dag topo later (Paul, Annette) konden we wel concluderen dat beide grotten inderdaad toegang geven tot dezelfde ijszaal. De door ons ontdekte Puits des Cascadeurs en Salle des Dunes is wel zeker “première”. De grote put die Frits en Tobias vonden: raadsel op te lossen in 2017.

AN597-Sima Regalo
De ontdekking van het jaar en een waardige afsluiter van de 20ste expeditie!
De ingang werd door Paul en Annette gevonden tijdens een prospectie in de sneeuw (maart 2012) (drievoudig blaasgat). Maar ’s zomers bleek dat de ingang weliswaar enorm hard en koud tochtte, maar ook bestond uit een uiterst onstabiele helling van grote blokken. Op het diepste punt, vijf meter lager, zat alles dicht met kleiner puin.

Ontdekking van de Sima Regalo,  een blaasgat in de sneeuw.

Regalo: blokken ruimen op amper 10 m diepte
Het was een gat waar ik in geloofde, ik ging het drie keer herbekijken over evenveel jaren, met telkens de conclusie: teveel werk. Doch dit keer zaten we er met een goede ploeg wroeters, de explo in Plumas schoot niet echt op en dit gat lag zegge en schrijve 26 m naast die Plumas! Dus raadde ik Dagobert en Mark aan om er eens een poging te wagen. Het duo kwam ’s avonds terug met een ongelooflijk verhaal: na amper twee uur puin ruimen begonnen ze een echo te horen, en even later maakten ze een gaatje open waarin stenen “eindeloos” lang vielen!

Mark en Dago na hun eerste afdaling tot -70
Maar hun werk had heel de puinhelling – zoals gevreesd – ondergraven. Blokken van wel een ton dreigden omlaag te schuiven. Twee dagen en twee avonden werk waren nodig om de zaak weer onder controle te krijgen. Daarna konden we de eerste stappen zetten in de immense put die intussen een naam had: Puits de l’Adrenaline. Een put om van in je broek te doen (dixit sommigen), met een prachtige resonantie en galm.
Mark, Annette, Tobias en Paul voor de 2de afdaling (tot -140)

Bijna op het platform van -140

Grote vreugde na de afdaling tot -140: het gaat er nog veel dieper!

Een eerste exploratie bracht Mark en Dagobert op het einde van hun 90 m lang touw, waar de put splitste: een “nauwere en sympathiekere” put en een “bangelijk, bodemloos zwart gat”.
’s Anderendaags kozen we resoluut voor het bangelijke gat, onder het motto: YOLO! -  (You Only Live Once). Dat splitste weer, en we volgden de kant die ons het interessantste leek. We stranden op -140, einde touw, op een platform met ernaast een volgende put. En passant werd alles al getopografeerd ook, en natuurlijk gedesequipeerd want dit was de laatste dag van de expé.

Het was alvast een fantastische explo in een prachtig, verticaal decor. Explo door Mark, Tobias, Dagobert, Paul en Annette. Jammer dat Frits en Jack er niet meer bij waren!
Korte videoimpressie van deze grot:


Besluit
Twintig jaar zijn we hier al bezig. En toch blijven we jaar na jaar de meest fantastische exploraties doen. Het massief van Anialarra lijkt een onuitputtelijke schatkamer. Wat een privilege hier elke zomer een maand te kunnen doorbrengen in dat woeste en minerale decor van bergen en kalksteen, met onder onze voeten een gruyère van putten en galerijen. En we hebben nog maar het topje van de ijsberg blootgelegd; er is hier nog werk voor nog eens 20 jaar. We kijken echt uit naar 2017, dat wordt weer genieten!
Het minerale decor van onze exploratiezone. In de verte onze tentjes.
Foto's: Paul, Jack, Annette, Dagobert

Deelnemers:
SC Avalon Edegem: Paul De Bie, Dagobert L’Ecluse, Mark Michiels, Tobias Speelmans, Annette Van Houtte
Paul, Annette, Tobias, Dagobert, Mark
Continent 7/CASA : Jack London, GRSC : Frits van der Werff

Jack en Frits

PS: onlangs publiceerde ARSIP het “Bulletin 18”, een prachtig boek dat alle exploraties van de voorbije 15 jaar weergeeft. Bijna 1/3 van het boek is gewijd aan Anialarra, en je vindt er een groot hoofdstuk in van de hand van Paul en Annette, over de exploraties van de “Anialarra Interclub” georganiseerd door SC Avalon.

dinsdag 20 september 2016

Eurospeleo en een weekje Wales

Terwijl een deel van de club zich naar jaarlijkse gewoonte ging afbeulen in de Pyreneeën, namen Annemie en Paul VI, vergezeld van Alex van TRT, een paar weken verlof in Groot-Brittannië.

Eerst trokken we naar Wales, waar de Chelsea Caving Club een pre congress camp georganiseerd had. We verbleven er in Whitewalls (Llangattock, South East Wales), de perfecte speleogîte, met grote omkleedplaats/speleorommelruimte met warme douche à volonté, keuken met plaats voor iedereen, wasplaats voor speleogerief, een droogzwierder, en last but not least, plaats om een tentje te zetten voor wie liever niet tussen de snurkers slaapt. Van dat laatste maakten we natuurlijk dankbaar gebruik.
(Foto: Paul Van Immerseel)
Zaterdagochtend maakten we kennis met het internationale en – soms letterlijk – bonte gezelschap van Amerikanen, Australiërs, Britten en een Zwitserse die zich hadden ingeschreven, en met de vrijwilligers van dienst, die ons de rest van de week zouden begeleiden in de grotten in de omgeving. 
Zondag 7 augustus: Ogof Craig a Ffynnon
Met zowat de hele bende (12 – 1 die nog wat moet bekomen van de verre reis) en 5 begeleiders trekken we naar deze grot die zich bevindt aan de andere kant van de heuvel waarop “ons” huisje staat.  Ogof Craig a Ffynnon is in totaal 8 km lang, en zoals de meeste grotten hier, voornamelijk horizontaal. Ze staat bekend als de mooist gedecoreerde grot van Wales. De bende valt al snel uit elkaar in snellere en tragere groepjes, wat ook de bedoeling van de begeleiders was. De Zwitserse MJ (Marie-José),  Australische Jeanine en ik maken er een girls’ trip van: zoals girls dat nu eenmaal doen slagen we er in om zowat de hele weg te tetteren, en tegelijk toch niets de missen van de uitleg van gids Adrian. We gaan tot het eindpunt van de grot, waar men hoopt ooit de verbinding te maken met Ogof y Daren Cilau, die deel uitmaakt van het Llangattock systeem. Op de terugweg kruisen we het groepje met Alex en Paul, en bezoeken we de prachtige en uiterst fragiele Helectite Passage.
Een deel van de bende (Foto: Marie-José Gilbert)
Helectites (of excentrieken) (Foto: Paul Van Immerseel)
De Pagoda (Foto: Paul Van Immerseel)
Maandag 8 augustus: Agen Allwedd ("grand circle")
Agen Allwed is met zijn 32 km één van de langste grotten van Wales, en de langste van Llangattock Escarpment. Paul, Alex, MJ, Steven, Chris en Annemie doen er de Grand Circle, met als gidsen Mandy, John Stevens en (de andere) Chris. “You don’t need any gear”, hadden we begrepen, maar tot onze verbazing toveren onze gidsen onderweg toch allemaal ergens een gordel en leeflijn tevoorschijn – die wij dus niet bij hebben. Met wat geprul met prussiks en doorgeven van leeflijnen en vooral wat bange momenten van ondergetekende, geraken we toch overal op en af, en staan we na een uur of 9 allemaal weer veilig buiten.

Zonnetje Mandy (Foto:  Marie-José Gilbert)
Typisch Welsh equipement: knopenkoordjes - no gear needed  (Foto: Marie-José Gilbert)

Dinsdag 9 augustus: Ogof Cnwc - Daren Cilau
John Stevens en Mandy gidsen ons (Paul, Alex, Annemie en MJ) van Ogof Cnwc (de droge ingang) naar Daren Cilau. Op die manier houden we het beruchte natte kruipstuk van meer dan 500 meter voor het einde. Na een goeie 5 uur stappen we moe, nat en voldaan richting warme douche.
Onderweg in Ogof Cnwc - Daren Cilau (Foto: Paul Van Immerseel)
Onderweg in Ogof Cnwc - Daren Cilau (Foto: Marie-José Gilbert)
Woensdag 10 augustus: Ogof Draenen (round trip)
Paul, Alex, Annemie, MJ en Chris maken met gids Adrian een rondtripje in Ogof Draenen, de langste grot van Wales (66 km), die pas in 1994 ontdekt werd. Spannend, want de doorgang voor de rondtrip zou misschien geblokkeerd zijn, waardoor het ook wel een lange heen-en-weer trip zou kunnen worden. Maar we hebben geluk, Adrian kent de grot goed en vindt een doorgang. Na een uur of 6 staan we weer buiten.
Ter plaatse ineengepuzzelde loodzware en oersterke ladder. Straffe toeren halen ze uit daar in Wales, om toch maar niet aan een touw te moeten gaan hangen (Foto: Marie-José Gilbert)
Donderdag 11 augustus: Otter Hole
En ja, de organisatoren slaagden erin om niet één, maar twee toelatingen te krijgen voor Otter Hole, één van de mooist gedecoreerde grotten van Groot-Brittannië, zodat iedereen die wou er naartoe kon. Paul, Alex, Annemie, MJ, Chris en Steven kiezen voor de “over tide” trip. De toegang van deze grot, die aan de oever van de Wye ligt, komt bij hoog tij onder water te staan, zodat je er dan niet in of uit kan. Wij gaan de grot in voor het tij opkomt, en zullen er dus pas 9 uur later, als het water weer gezakt is, terug uit kunnen. Dat wil zeggen dat we ruim onze tijd kunnen nemen, en ook nog een heel eind voorbij de bekende Hall of 30 een kijkje kunnen gaan nemen. In deze beroemde grot is ooit een film gemaakt; de kabels waarover de camera geleid werd hangen er nog. Toch is alles goed geconserveerd gebleven, en op verschillende plaatsen in de grot wordt water opgevangen en staat het poetsgerief klaar voor als er toch eens iets besmeurd zou raken. Doordat de ingangszone van de grot bij hoog tijd overstroomt, is deze ongelooflijk modderig. Speciaal voor de bezoekers van Otter Hole is er in het bos dan ook een bad met borstels en waterslang geïnstalleerd, waar je toch alvast de grootste hoop smurrie van kleren en gerief kunt wassen.

The Hall of 30 (Foto: Marie-José Gilbert)
Vrijdag 12 augustus: Day off.
Er is heel de week stevig gegrot, en enkel voor de “no crawling”-activiteit op het planningsbord  blijkt er veel interesse te zijn. Paul en Annemie maken nog een dagwandeling in de omgeving.

Day off ... (Foto: Paul Van Immerseel)
Zaterdag 13 augustus rijden we van Wales naar Eurospeleo in Yorkshire Dales.  
Het is al vrij laat wanneer we daar arriveren, maar we vinden gelukkig toch nog een plekje op de “quiet” campsite.  Daarna nog een paar uurtjes palaveren over welke van de meer dan 30 geëquipeerde grotten we de volgende dagen zullen doen, en langs welke in- en uitgang. En natuurlijk ook nog langs de grote tent/bar, waar we een hoop bekende gezichten zien.

Zondag 14 augustus: Ease Gill
Paul en Annemie gaan via de "high level route" van Lancaster Hole naar  Fall Pot en vervolgens naar Stake Pot, en van daar naar beneden naar de Main Drain. We volgen dit mooi uitgesleten riviertje tot we aan het blokkenstort van Oxbox Corner komen,  Daar maken we rechtsomkeer 
en gaan, dit keer via de rivier, terug naar Stake Pot en Fall Pot, en van daar terug omhoog naar Lancaster Hole.

Main Drain (Foto: Paul Van Immerseel)
Maandag 15 augustus: Paul en Annemie maken een dagwandeling
Paul en Annemie trekken een dagje uit om in het Yorkshire Dales National Park te gaan wandelen. We zoeken en vinden in Settle de pub met het beste bier en de lekkerste ijsjes.

In Yorkshire Dales National Park (Foto: Paul Van Immerseel)
Dinsdag 16 augustus: Gaping Gill - Disappointment Pot
Deze klassieker moet je echt wel doen als je in de Yorkshire Dales bent. Extra attractie is dit keer de winch, die onophoudelijk aan sneltempo mensen op en af brengt. Voor de gelegenheid is bovendien de 100 meter hoge waterval belicht. 
Paul, Alex en Annemie nemen de Dihedral ingang, die via een zijroute uitkomt in de reusachtige zaal waar het daglicht binnenvalt. We gaan via Bar Pot naar New Hensler’s Passage, en zoeken dan via Hensler’s Master Cave, waar we nog even het riviertje gaan bewonderen,  onze weg naar Disappointment Pot. De aangekondigde duck (voûte mouillante) blijkt eigenlijk uit twee achtereenvolgende ducks te bestaan,  Ook de rest van de beschrijving van deze route is niet erg duidelijk, en duidelijke kruipsporen of zo zijn niet te bespeuren, zodat we eventjes vrezen dat we de 2 ducks een tweede keer zullen moeten passeren … Maar gelukkig, wanneer we de hoop bijna opgegeven hebben, zien we tot onze verbazing niet het verwachte touw, maar meteen het daglicht. Spurtje naar de parking, en we zijn nog op tijd om ons af te melden aan de receptie (voor elk grotbezoek moet je je vooraf aanmelden, en ook het tijdstip opgeven dat je denkt terug te zijn).

De winch in Gaping Gill (Foto: Paul Van Immerseel)
Woensdag 17 augustus: uitslapen, winkelen, kapot gerief herstellen, …
Knutselen met duct-tape  (Foto: Paul Van Immerseel)
Donderdag 18 augustus: Doorsteek Upper Long Churn Cave - Alum Pot
Nog eentje die je niet mag missen! We (Paul, Alex, Annemie) nemen de Upper Long Churn ingang. Deze wordt ook vaak gebruikt voor initiaties, maar daar is gelukkig niet veel van te merken, het water spoelt alle sporen van voorgangers weg. Onderweg ontmoeten we Jeanine en Ric die we in Wales leerden kennen, en die de doorsteek in de andere richting maken. Na wat traversées en putjes zien we het zonnetje schijnen in deze dampige, mossige  put van wel 100 meter diep. We gaan langs de North West Route terug omhoog, een ononderbroken P60, helemaal in daglicht.

Zicht op Alum Pot vanuit Long Churn Cave  (Foto: Paul Van Immerseel)

Na de middag doen Paul en Annemie nog een karstwandeling langs Malham Cove en Gordale Scar.

Malham Cove (Foto: Paul Van Immerseel)

's Avonds in de buurt van Gordale Scar (Foto: Paul Van Immerseel)
Vrijdag 19 augustus: Rowten Pot
Het heeft geregend, en het gaat nog regenen, waardoor de grotkeuze ineens heel wat beperkter is. Paul, Alex en Annemie kiezen voor Rowten Pot, een kleiner, voornamelijk verticaal grotje van zo’n 105 meter diep met watervalletjes. Een goeie keuze, zo blijkt, en vreemd genoeg is er hier niet veel volk, zodat we niet te veel tegenliggers hebben bij het naar buiten komen. 

Rowten Pot - met een tapijtje aan de ingang (Foto: Paul Van Immerseel)
Rowten Pot (Foto: Paul Van Immerseel)
Zaterdag  20 augustus: White Cliffs of Dover – en de vakantie is alweer voorbijgevlogen

De White Cliffs (Foto: Paul Van Immerseel)