donderdag 26 januari 2017

Mouflons 19 en 20

Dinsdag 27 dec 2016
Mouflons, Paul en Annette, 19de sessie. Vriesweer dus ideaal om de tocht te volgen. Aan onze terminus van vorige keer, een iets te nauwe passage tussen 2 blokken, moesten we een uurtje werken en een plop zetten. We geraakten er dan door, maar het blijft een ruggenbreker. En hoera, weer ruimte, een soort gang/zaaltje met een mooie kleivloer. Rechtdoor een uit te graven passage, recht omhoog een schouw van 2-3 m hoog. Daar kwamen we zowaar in een mooi geconcretioneerd stukje terecht, met ook een mooie plafondlapiaz en ook weer veel Stromatoporen. Weer omlaag, aan de passage rechtdoor beginnen graven. Gaatje van 10x10 cm maar een half uur later was het een “gat” geworden. Voorzichtig omlaag, weer een klein zaaltje, weer twee vervolgen: het ene een schuine pijp omlaag die bovenaan net te smal was. Het andere een horizontale spleet, waarin men 3 m ver ziet In beide gevallen duidelijk tocht.
Topo van het nieuwe stuk, weer zeker 30 m erbij! Grotje intussen al 125 m lang. Hier staan we gauw terug.

Annette in het nieuwe stuk

Er zijn zowaar wat druipstenen


Zondag 22 jan 2017
Dat "gauw" terug van vorige keer was wat optimistisch, want mijn tenniselleboog is weer terug en om die wat rust te gunnen, werd de voorbije weekends vooral geprospecteerd - profiterend van het stevige vriesweer.
Toch vandaag in de namiddag solo naar de Mouflons, waar ik met één arm (de linker) heb gewerkt aan de horizontale spleet aan de voet van het eerste putje. Vele bloemkolen wijzen erop dat er hier veel tocht passeert. 
De spleet (zowat 7 cm hoog)
Geheel achteraan de grot, waar ik met Annette vorige keer werkte, durfde ik alleen niet gaan werken: nogal instabiel. Toch was ik finaal verplicht om er even heen te kruipen, want het graafmateriaal lag daar! En dus weer door die lastige ruggenkraker kruipen, dat moeten we toch nog verbreden daar!

Zicht gekregen op iets dat omlaag gaat, nog te smal. Met één arm kon ik niet efficiënt werken en bovendien begon die na een uur of 3 graven en puin ruimen het ook al op te geven. en ik ben balend en depri uit de grot gekropen. Twee en een half jaar tenniselleboog: ik heb er meer dan genoeg van. Opm: aan de grot gekomen stond de troep Mouflons er weer, dat was lang geleden. Ze hebben dus gelukkig de klopjachten van de voorbije maanden overleefd.
Dit was de 20ste sessie.


woensdag 14 december 2016

Mouflons eindelijk

Zondag 13 nov 2016
Met Mark Michiels naar Mouflons. Urenlang gewerkt aan het gaatje dat Annette en ik vorige keer al wat vergroot hadden. Heel veel blokken weggehaald en 2 plops. Onze stockageruimte was op de duur al ¾ vol!
Mark aan het werk in wat enkele uren later een doorbraakje zou worden
Mark in ons nieuwe stukje
 Rond 15 u kregen we zicht op een putje van 2 m diep. Smal en beneden vol puin. Maar op halve hoogte was een horizontale spleet zichtbaar met ruimte achter. In amper een kwartier kon Mark genoeg stenen ruimen om daarin te geraken. De ruimte was niet groot, tussen grote blokken, maar er vertrok een nauwe spleet omlaag. Ik daalde erin af en geraakte van daaruit in een veel ruimer vervolg. Hier waren zelfs wat concreties! Niet direct een evident vervolg gezien, maar er zijn 3 interessante plekken. Heel tevreden, zomaar 10 m erbij en dit is "echte grot".

Paul en Mark, tevreden
Vrijdag 18 nov 2016
17de sessie in de Mouflons (Paul en Annette). Eerst de puinhelling beneden het “putje” gestabiliseerd met kippendraad die op diverse plaatsen met goujons is vastgezet. Dan 6 tiges dwars in de wand geboord zodat men de puinhelling kan uitklimmen zonder op het puin te moeten gaan staan. Prima gelukt, veel veiliger nu!
Daarna met Annette het stukje gaan bekijken dat Mark en ik vorige week vonden. Na grondig onderzoek: er is veel te weinig tocht, we hebben iets gemist! Achteraan is er wel een gat tussen aan elkaar geconcretioneerde blokken, waarachter ruimte is. We slaagden erin om met hamer en koevoet dit gat open te krijgen. Annette geraakte erdoor en vond aldus nog 5 m bij: laag zaaltje met een stalagmiet. Met de Hilti kon ik gaten boren voor de beitel en daarna het gat zover verbreden dat ik er ook door kon. Maar hier was het dus echt niet te doen, niks tocht. Het was intussen al na 14 u, we waren scheel van honger en dorst. Gauw naar buiten.
In het nieuwe zaaltje zijn zowaar enkele concreties
Na wat eten en drinken, weer de grot in, ditmaal al topograferend. We blikten alles in, veel meer werk dan gedacht: de grot meet nu al 45 m !. Daarna gingen we op zoek naar de verloren tocht. Deze werd gelokaliseerd in 2 dalende diaklazen. Na veel gebeitel geraakte Annette in de eerste dieper, maar beneden was enkel een klein gaatje en een blazend éboulis. 
Annette wurmt zich omlaag in een diaklaas
In de andere diaklaas zag het er beter uit: na de opening te hebben uitgegraven, kon ik hoofd eerst omlaag hangen in een putje, dat op -1,5 met blokken dicht zat. Maar eronder was er duidelijk meer ruimte! Heel moeilijk werk, vooral om er weer uit te geraken. Eén blok was enorm en diende geplopt te worden. Buiten moesten we toch wel een kwartier wachten. Terug in de grot, het blok was in grote stukken gebroken die nu halfweg het putje (3-4 m diep) hingen. Maar bovenaan het putje was het echt te smal om er veilig in te geraken. Daar moest nog aan gewerkt worden.

We waren intussen uitgeput en bont en blauw want dit is intussen een sportief en scherp grotje!
Genoeg voor vandaag dus.

Zondag 11 dec 2016
Zondagmiddag nog even met Annette naar de Mouflons. Uiteraard was ons doel het putje. We slaagden erin om er twee grote blokken uit te sleuren en daarna lag de weg open. Voorzichtig omlaag, 3 m dieper was er een zaaltje gevormd tussen enorme blokken (de grootste meet zeker 3 x 4 m). Na wat gesnuffel hadden we op 2 plaatsen zicht op een lager gelegen gang, verdedigd door een te nauwe doorgang.
Hoera, eindelijk een echt zaaltje, met plaats!
Annette was intussen heel voorzichtig tussen dreigende blokken omhoog geklommen en kwam daar in een bovenverdiep terecht. Hier was een mooi plafond te zien, met vele fossielen van Stromatoporen. Het liep er wel wat verder, weer omlaag en ook hier stopten we voor een donker gaatje waarachter weer wat ruimte was.
Het wat later ontdekte bovenverdiep

Fossielen van Stromatoporen
Best tevreden met deze vordering! Naar buiten om het topomateriaal te gaan halen. De topo was toch wel wat werk want wat we vandaag bijvonden, is eigenlijk zo groot als alles dat we reeds hadden.
Na de topo werkten we nog een half uur aan de eerst gevonden vernauwing waaronder “iets” verder liep. Uiteindelijk geraakten we erdoor, afstapje van 2 meter, dan na 3 m gang zat alles dicht. Vreemd want er was echt veel tocht voelbaar in de vernauwing. Dat bekijken we later nog wel.
Paul topografeert de ontdekking
De grot meet nu al 95 m en is reeds 16 m diep. Dat begint er stilaan op te lijken. Maar dat moet nog veel, veel meer worden!

woensdag 9 november 2016

De zesde mini-expé naar de Haute Marne.

De zesde mini-expe naar het grensgebied Haute Marne en Haute Saône.

(27/10/2016 en 02/11/2016 tot 06/11/2016)

(27/10/2016)

Ik zit al enkele dagen in ons basiskamp. Agnes Lamotte, prof archeologie aan de universiteit van Lille en Dijon, nodigt me uit om 's namiddags mee enkele grotjes te gaan bekijken in Fouvent-le-Bas die misschien wel prehistorisch interessant kunnen zijn. Ze liggen meestal op privé-terrein en dus ben ik zeer blij met haar voorstel.
Samen met haar, een assistent en enkele plaatselijke bewoners bezoeken we een heleboel pertes, grotjes, resurgenties enz.


Voor mij wordt het een zeer interessante namiddag, met veel uitleg en voor ons speleo's twee mogelijke graafplekken!
Tevens wordt in een pas geploegd veld door de assistent een bi-face (schraper) van Neanderthaler gevonden. Dat is in de streek geen uitzondering, maar voor leken zoals ons is het toch wel bijzonder.
s' Avonds komt Agnes nog de hele avond bij ons doorbrengen en wisselen we gegevens uit. Het wordt een heel fijn contact en de samenwerking (archeo-speleo) wordt bezegeld.

(02/11/2016 tot 06/11/2016)


Woensdagavond (02/11/2016) is 's avonds de ganse ploeg in Poinson-lès-Fayl aangekomen en zijn we compleet: Peter, Liam, Dagobert, Julans, Erik en ikzelf. We nestelen ons nog een uurtje voor de houtkachel en daarna duiken we onder de wol.

Donderdag graven we verder in de Trou du Tonnerre, een grot die we volledig gedesobstrueerd hebben tijdens de vierde en vijfde mini-expe. ( zie ook: http://scavalon.blogspot.be/2016/07/haute-marne-trou-du-tonnere.html )


Ik was er nadien solo nog enkele keren gaan werken en dat puin moest er eerst nog uitgehaald worden. Met zes was dat snel gefikst, en dus begon Dagobert ijverig verder te graven, na een uurtje afgelost door Peter.
Ondertussen maakten Erik en ik een bovengrondse topo zodat we alle grotjes konden situeren ten opzichte van elkaar. Omdat er nog steeds weinig water is, wordt ook de tijdelijke resurgentie opgemeten.

Een ander doel van de expe was het doen van een sondage in de Trou du Rocheleule (Gilley). Dit door ons gedesobstrueerd grotje zou wel eens een prehistorisch Hyena-nest kunnen zijn, en omdat er in de streek al redelijk wat resten van mammoet en andere beesten gevonden zijn, hoopten we op een mega vondst. Dus trok Dagobert, Erik en Julans er in de namiddag naartoe. Spijtig genoeg hadden ze geen succes. Waarschijnlijk ligt het grotje te hoog op de helling om als nest interessant te zijn.

We geraken in de Tonnerre uiteidelijk twee meter verder, maar het wordt daar rechtdoor redelijk hopeloos. Tijdens de maaltijd (gemarineerde kip met frieten en fruit van Peter!) wordt dan ook unaniem beslist om morgen in het pijpje aan de rechterkant verder te doen. Dat kan voorlopig met twee man, dus gaat de rest naar de Deujeau. Deze klassieker hebben we al vaak gedaan, maar voor Erik en Julans is ze nieuw.

Vrijdag trekken Jos, Erik, Julans en Liam naar de Deujeau. Erik equipeert de ingangsput en even later staan we in de collecteur. De tocht verloopt vlot en om 2 uur 's namiddags staan we alweer aan de Tonnerre. Juist op tijd om bakken te trekken! Dagobert en Peter hebben niet stil gezeten. De smalle pijp naar rechts is nu een comfortabele  passage. En er is ruimte. Hoopvol doen we dus voort.
Ik topografeer ondertussen met Dagobert de grot zodat we nu alles aan elkaar kunnen plakken!
Laat in de namiddag hebben we (Julans dan toch) zicht op een pijpje dat opnieuw berginwaarts gaat en dat na enkele meters breder lijkt te worden. De toegang zal nog wel veel werk vragen, maar toch zijn we hoopvol gestemd. Het zou kunnen dat we eindelijk 'vertrokken' zijn. Het is echter al laat en dus kramen we op. Het vervolg zal voor de zevende mini-expe  zijn.

Zaterdag staat er immers een klassieker op het programma: de Gouffre/Grotte du Captiot. Deze grot ligt op 47 km van ons basiskamp in Gy en is door ons vlamingen weinig gekend.


Het regent vandaag en het is kil en vochtig als we ons klaarmaken. Volgens de beschrijving kan je tot aan de ingang rijden met de auto, maar dat blijkt vandaag de dag niet meer mogelijk te zijn. Dus wordt het een kwartiertje stappen. Het is weekend, dus is het jacht! Gelukkig zitten de jagers niet dichtbij (we zien en horen ze wel in de verte!). Na veel zoeken vinden we de ingang (dankzij een trail -runner die ons de weg wijst).
De ingang verrast ons: best wel imposant!



We volgen de schuin aflopende brede gang die geleidelijk versmalt en na 60 m eindigt bij Puits Mario (P13). Erik equipeert voor de eerste maal onder de grond, én hij doet dat prima. Ik ga hier niet de ganse grot beschrijven, maar het is een echte aanrader.
We zagen er een vleermuiskolonie, moesten stukken op onze buik, traverseerden lange sportieve meanders die geëquipeerd moesten worden (goed gedaan Erik!), klommen een (vastgeëquipeerd) putje uit, baggerden wat door modder en moesten uiteindelijk halt houden wegens slechte spits en reeds te laat... Julans, onze Benjamin van 15 jaar, desequipeerd!
Maar we komen er zeker nog terug, ondanks de CO2 die er goed voelbaar was.
Er zijn in het eerste deel veel nieuwe spits wegens een speleo-secous oefening enkele jaren geleden. (zie: http://www.haute-saone.gouv.fr/content/download/5171/31850/file/exercice)

We maken er weer een gezellige avond van en maken al plannen voor de volgende expe. We hebben goede hoop op de Tonnerre, en er ligt nog een klassieker te wachten! (het wordt een gewoonte om 2 graafdagen te laten volgen door één klassieke grottocht).
Wordt vervolgd.

Jos



Nieuws van het Belgische explofront

Tijdens een weekje herfstvakantie hebben Annette en ik ijverig verder gedaan aan diverse van onze Belgische projecten. Een samenvatting:

Zaterdag 29 oktober 2015
Trou du Parrain in Eprave; een grot die al heel lang op mijn wenslijst stond. Het was een werkbezoek onder leiding van Benoit Lebeau (GRPS), in gezelschap van Marc Legros (SCF) en Annette. Het eerste deel van de grot is door mijnwerkers uitgegraven in de 19de eeuw. Verderop is er een ruime, zeer geconcretioneerde galerij (Cimétière), gevolgd door een zaal en enkele annexe réseaus en gangen. Achteraan zochten we in elk gaatje, maar een evidente plek om te werken vonden we niet echt. We vervingen ook een looplijn, dus hadden we de boormachine toch niet voor niks bij. We haalden ook nogal wat rommel van de ontdekkers eruit, graafbakken, emmers, graafmateriaal enz. Toffe grot, jammer genoeg met plakkerige modder en die zit ook over de meeste concreties uitgesmeerd, want de oorspronkelijke ontdekkers van deze grot namen het destijds niet zo nauw. Tegenwoordig is de grot perfect gebaliseerd met touwtjes zodat er geen verdere schade meer kan bijkomen.

Woensdag 2 november 2016
Met Annette naar de Fagnoules. Eerst een uurtje bezig geweest met het fotograferen van een boeket bizarre zwammetjes in de Salle des Arcs. Deze waren op een binnengespoelde dennenappel gegroeid; echt prachtige dingetjes. 



Daarna naar de Siphon Exterminé (S2) waar we als opdracht hadden: een plop zetten in het plafond, op het laagste punt. De waterstand was nog steeds erg laag, er was 30 cm lucht en dus was het nu of nooit. Op mijn rug in het water liggend boorde ik zo een gat van bijna 1 m diep (en 12 mm diameter). Extra veel goe poeier erin, en een half uur later BOEM. Het resultaat valt af te wachten. Hopelijk is dit lage punt, dat bij hoog water een probleem kan zijn (2 jaar geleden moesten we hier nog met het hoofd half onder water passeren), nu definitief weg. Tenslotte nog een uur bezig geweest aan de ingang, waar ik de opening in het beton onder de poort vergrootte met de Hilti, hamer en beitel, om aldus de doorstroming van het water te verbeteren. Hopelijk hebben we nu minder last van modderophoping voor de poort.

Vrijdag 4 november 2016
Grotte de Vieuxville, Annette en Paul. Deze grot ligt amper 150 m van onze chalet, da’s praktisch dus. Samen met Frits van de GRSC had ik vorig jaar deze oude werf van NTS hernomen. Eerst hadden we de grot getopografeerd, daarna hadden we er in 2015-2016 enkele malen ingewerkt en zo vlot wel 80 m bijgevonden! Onze laatste ontdekking dateerde van februari en was een ruime galerij die nog op topografie en een tweede oordeel wachtte.

Eerst de grot aan Annette getoond, daarna naar het stuk dat Frits en ik in februari ontdekten. Dit geheel getopografeerd (38 m). Tijdens de toposessie ergens omhooggeklommen en zo een meter of 5 bijgevonden, met einde op een vernauwing met erachter minstens 5 m ruimere gang. Maar weinig tocht. Tot slot in de nauwe spleet (links als je de nieuwe gang binnenkomt) ook een vervolg ontwaard en dat ziet er goed uit want hier is goede blazende tocht! Desobstructie van beide mogelijkheden is eenvoudig. Maar dat gaan we natuurlijk samen met Frits doen.
De grot meet nu al 249 m.

Zondag 6 nov 2016
Trou des Mouflons
Na het laatste verslag hier op het blog http://scavalon.blogspot.be/2016/05/mouflons-langzaam-maar-zeker.html waren we nog 2 keer terug naar daar geweest. Aldus zaten we nu 3 m diep in een putje dat geheel met hoekig puin (van buiten afkomstig dus) was opgevuld en moeizaam moest worden leeggemaakt. 
Vandaag voor de  15de keer naar de Mouflons, met Annette. Vandaag ging het gebeuren. Eerst was het de beurt aan Annette om puin te ruimen. Een uur later was ze 70 cm gezakt en werden de blokken groter, er waren zelfs gaten tussen waarin steentjes 2 meter diep vielen! Daarna ruimde ik nog een uur. Het was nu duidelijk: onder ons waren er grote blokken met daartussen hopelijk doordringbare ruimte. Maar doordat we weer een meter dieper waren gezakt, hadden we nu links van ons een stapel zeer instabiel en afbrokkelend puin. Die kon elke moment de dieperik ingaan. We verkozen voor een plopje in een sleutelblok. 
Paul kan voorzichtig door de net vrijgemaakte doorgang glippen
Dat bleek de goede keuze: een uur later was de doorgang vrij en kon ik tussen 2 grote blokken doorglippen en hoera: voor het eerst in 15 graafdagen kwamen we in een ruimte uit! Hier was zelfs plaats voor ons allebei! Veel stelde het niet voor: we konden in 3 richtingen telkens een paar meter ver geraken. Maar in één hoek was er zeer duidelijke tocht, een klein gaatje lonkte. We werkten daar nog een uurtje aan tot we zicht kregen op een meter extra vervolg.

Annette in het ontdekte vervolg. Nog klein maar wel echte grot.


De dag was om, maar we waren toch wel tevreden. We zitten in een stabiel grotje en we hebben daar stockageruimte zodat we niet met meer met alle stenen naar buiten moeten. Want dat buiten is toch al wel 7-8 m omhoog! Hopelijk geraken we nu ook verder in een echte, grote grot (hoewel de kans reëel is dat we gewoon in de Trou des Côtes uitkomen).

woensdag 28 september 2016

Anialarra september 2016

Traditioneel breien we in september een vervolg aan onze augustusexpeditie. En aangezien we dit jaar een jubileum vierden (20 jaar Anialarra-expedities), gaven we er deze keer een flinke lap op.  We kropen dus weer boven op onze berg, om daar twee weken lang als holbewoners de elementen te trotseren.
De eerste week (van 10/9 tot 17/9) waren dat de oudjes Annette, Paul en Jack aangevuld met het jongere geweld Frits en Tobias. De tweede week (van 17/9 tot 24/9) werden Frits en Jack afgelost door Mark en Dagobert.

De eerste weersvoorspellingen deden uitschijnen dat we opnieuw stralend weer zouden krijgen (zoals in augustus) maar in de praktijk viel dat effe tegen! Na drie dagen mooi weer kwam er een zware storing voorbij die veel regen, mist, wind en smeltende sneeuw bracht. En koud: de 20 °C van de eerste dagen maakten plaats voor 5°C. ’t Is niet omdat je in Spanje zit, dat het warm is, hoor! Deze storing teisterde ons toch wel een dag of 4-5 en vooral het middelste weekend was affreus slecht. Veel kan je er dan niet doen: natte grotten, natte schoenen, natte kleren. En slecht humeur.
Maar dat alles weerhield ons niet om op alle fronten door te werken. Een korte samenvatting:

AN507-Sima de las Plumas
Na de eerste dagen explo vorig jaar in september door Paul & Annette, was dit echt een kanshebber om een grote grot te ontdekken. Maar al in augustus hadden we door dat het er niet zo vlot zou gaan. En ook in september braken we niet echt in iets groot door. Zes dagen werk nu weer, om hooguit 5 m verder en dieper te geraken. Voorlopig einde op 60 m diepte. Alle 7 de deelnemers ploeterden afwisselend in deze grot.

Jack in de Plumas

Laatste put van Plumas. Intussen zitten we nog 3 m dieper.
AN624-Sima Pokémon
De in augustus bereikte terminus, een spleet van amper een vuist breed, werd na enkele dagen bruut geweld over liefst 7 meter verbreed, en leverde de toegang op tot een put van 10 m (Puits Zubat). Beneden opnieuw een spleetje, dat zich na 3 dagen gewonnen gaf. Erachter een nauwe put/meander waar nog wat werk aan is. Maar het ziet er niet slecht uit en er staat een flinke aanzuigende tocht. We zitten nu 50 m diep. Wordt zeker vervolgd want deze grot is een mogelijkheid om in de Rivière Tintin te geraken, 400 m dieper dan. Pokémon stond op het menu van Paul, Tobias en Annette.

Annette aan het werk in de (verbrede) eindmeander van Pokémon

AN669-Sima de la Babosa
Klepper van een grot waarin we nu al jaren bezig zijn. In augustus exploreerden we een nieuwe puttenreeks (Puits du Coup de Pierre) die vanaf -190 m bijna 100 m dieper ging om daar met de reeds gekende eindput van de grot (Puits des 7 Méandres) te verbinden, rond -280. We herzagen het diepste punt van de grot en ontdekten, na wat werk, een vervolgje dat ons 7 m dieper bracht. Daar is het enige vervolg een spleet van 10 cm breed met veel tocht. Maar we zitten hier zo diep (-351 m) en de grot is zo moeilijk, dat (bijna) niemand staat te springen voor grote werken daar. Temeer omdat we nog een andere tak in de grot hebben, de Puits Manneken Pis (rond -210) waar een klein gaatje een nieuwe, diepe put voorafgaat. Het verbreden ervan is een formaliteit. En dus werd de grot gedesequipeerd vanaf -351 tot -190, en werd die Manneken Pis geëquipeerd, met het oog op exploratie in 2017.
Babosa: Frits en Jack maken een nieuw putje open op -345 m.

Babosa: Annette in de Puits du Coup de Pierre (P100)
 Voor dit alles waren twee stevige tochten van elk 10-12 uur nodig: een eerste met Annette, Jack, Tobias en Frits. Een volgende met Annette, Paul, Mark en Tobias.
Mark, terug van enkele jaren weggeweest na zijn zware ongeval, deed de grot fluitend. Zijn nieuwe knie is dus beter dan een echte. Yes de Mark is terug! En Annette die heeft intussen echt wel een dusdanige voorsprong qua aantal Babosatochten, dat ze nog onmogelijk kan worden bijgebeend.
Babosa: de spleet onderaan de Puits Manneken Pis. Erachter: minstens 50 m aan putten.

Deze grot zou de hoogste ingang van het Systeem kunnen worden, maar dan moeten we nog zeker 100 m dieper zien te geraken (concreet dus tot -450 m).

Systeem van Anialarra
Er werd nog een lange dagtrip gehouden (Frits, Jack, Tobias) waarbij op vele plaatsen nieuwe galerijen werden in kaart gebracht of oude, onnauwkeurige zaken werden gehertopografeerd. Het gevolg hiervan is dat de kaart van deze sector van de grot een onbegrijpelijk kluwen is aan het worden. Een echt bord spaghetti.
Het is nog te vroeg om al definitieve cijfers te geven over de nieuwe lengte van het Systeem. ’t Zal om en bij de 43 km zijn, schat ik.


AN596-Sima Antartica
Eindelijk naar deze grot die al sedert 2011 in stand-by stond. Bart en Kris hadden er toen één explo in gedaan en waren rond de -70 in een zaal vol sneeuw en ijs beland, met zicht op een diepe put.
Echter, wij volgden een heel andere weg omlaag, wat veel equipement vereiste, tot in een zaaltje op -40 m dat grotendeels met ijs gevuld was. Hier was een magnifieke put in gesmolten: een 29 m diepe “tube” die toeliet om onder de 30 m dikke ijslaag te geraken in een soort galerij vol sneeuw en ijs. 


Annette in de 29 m diepe ijsput
Tobias equipeert de ingang

De mooie ijszaal van de Sima Antartica.

Langs deze weg geraakten we in dezelfde zaal op -70 als die Kris en Bart (waarschijnlijk) ook bereikten. Een enorm gat omlaag wees de weg maar er hingen tonnen smeltend ijs boven en pas na anderhalf uur werken om dat te laten vallen, konden we de nieuwe  Puits des Cascadeurs afdalen. 50 m diep, van boven tot onder met ijs en sneeuw bedekt. Spectaculair, prachtig maar ook levensgevaarlijk, want in deze periode smelt het ijs snel.
De spectaculaire P50 (onderste stukje enkel)
Beneden de put werd het nog straffer want we stonden hier in een galerij/zaal van wel 40 m hoog. Akoestiek als in een kerk, en de bodem bedekt met sneeuwbergen: de Salle des Dunes. Gezien het gevaar voor vallend ijs te groot was, werd de explo hier gestaakt; enkel het duo Frits/Tobias deed nog een blitz-explo wat verder. Ze vonden zo nog 80 m bij, en stopten aan een zeer diepe put (>  100 m).
Blok van een halve ton, bovenaan de P50
Hopelijk geraken we hier volgend jaar terug, en het zal met al mijn fotomateriaal zijn,want dit is echt een prachtige grot. Ook deze grot werd door alle 7 de deelnemers gedaan.
Schets uit het topoboekje, van de Sima Antartica

AN211
Bij het uitwerken van de topogegevens van de Sima Antartica, kwamen we tot de conclusie dat de ijszaal op -40 m van de Antartica, overeenstemde met een vergelijkbare ijszaal in een andere grot, de AN211 (-340 m diep en in 1993-1994 ontdekt door de S.S. Plantaurel). De vrees rees dat de diepe put die Frits en Tobias hadden ontdekt in de Antartica, wel eens niks anders zou kunnen zijn dan de grote put (P145) van de AN211.
Een dag topo later (Paul, Annette) konden we wel concluderen dat beide grotten inderdaad toegang geven tot dezelfde ijszaal. De door ons ontdekte Puits des Cascadeurs en Salle des Dunes is wel zeker “première”. De grote put die Frits en Tobias vonden: raadsel op te lossen in 2017.

AN597-Sima Regalo
De ontdekking van het jaar en een waardige afsluiter van de 20ste expeditie!
De ingang werd door Paul en Annette gevonden tijdens een prospectie in de sneeuw (maart 2012) (drievoudig blaasgat). Maar ’s zomers bleek dat de ingang weliswaar enorm hard en koud tochtte, maar ook bestond uit een uiterst onstabiele helling van grote blokken. Op het diepste punt, vijf meter lager, zat alles dicht met kleiner puin.

Ontdekking van de Sima Regalo,  een blaasgat in de sneeuw.

Regalo: blokken ruimen op amper 10 m diepte
Het was een gat waar ik in geloofde, ik ging het drie keer herbekijken over evenveel jaren, met telkens de conclusie: teveel werk. Doch dit keer zaten we er met een goede ploeg wroeters, de explo in Plumas schoot niet echt op en dit gat lag zegge en schrijve 26 m naast die Plumas! Dus raadde ik Dagobert en Mark aan om er eens een poging te wagen. Het duo kwam ’s avonds terug met een ongelooflijk verhaal: na amper twee uur puin ruimen begonnen ze een echo te horen, en even later maakten ze een gaatje open waarin stenen “eindeloos” lang vielen!

Mark en Dago na hun eerste afdaling tot -70
Maar hun werk had heel de puinhelling – zoals gevreesd – ondergraven. Blokken van wel een ton dreigden omlaag te schuiven. Twee dagen en twee avonden werk waren nodig om de zaak weer onder controle te krijgen. Daarna konden we de eerste stappen zetten in de immense put die intussen een naam had: Puits de l’Adrenaline. Een put om van in je broek te doen (dixit sommigen), met een prachtige resonantie en galm.
Mark, Annette, Tobias en Paul voor de 2de afdaling (tot -140)

Bijna op het platform van -140

Grote vreugde na de afdaling tot -140: het gaat er nog veel dieper!

Een eerste exploratie bracht Mark en Dagobert op het einde van hun 90 m lang touw, waar de put splitste: een “nauwere en sympathiekere” put en een “bangelijk, bodemloos zwart gat”.
’s Anderendaags kozen we resoluut voor het bangelijke gat, onder het motto: YOLO! -  (You Only Live Once). Dat splitste weer, en we volgden de kant die ons het interessantste leek. We stranden op -140, einde touw, op een platform met ernaast een volgende put. En passant werd alles al getopografeerd ook, en natuurlijk gedesequipeerd want dit was de laatste dag van de expé.

Het was alvast een fantastische explo in een prachtig, verticaal decor. Explo door Mark, Tobias, Dagobert, Paul en Annette. Jammer dat Frits en Jack er niet meer bij waren!
Korte videoimpressie van deze grot:


Besluit
Twintig jaar zijn we hier al bezig. En toch blijven we jaar na jaar de meest fantastische exploraties doen. Het massief van Anialarra lijkt een onuitputtelijke schatkamer. Wat een privilege hier elke zomer een maand te kunnen doorbrengen in dat woeste en minerale decor van bergen en kalksteen, met onder onze voeten een gruyère van putten en galerijen. En we hebben nog maar het topje van de ijsberg blootgelegd; er is hier nog werk voor nog eens 20 jaar. We kijken echt uit naar 2017, dat wordt weer genieten!
Het minerale decor van onze exploratiezone. In de verte onze tentjes.
Foto's: Paul, Jack, Annette, Dagobert

Deelnemers:
SC Avalon Edegem: Paul De Bie, Dagobert L’Ecluse, Mark Michiels, Tobias Speelmans, Annette Van Houtte
Paul, Annette, Tobias, Dagobert, Mark
Continent 7/CASA : Jack London, GRSC : Frits van der Werff

Jack en Frits

PS: onlangs publiceerde ARSIP het “Bulletin 18”, een prachtig boek dat alle exploraties van de voorbije 15 jaar weergeeft. Bijna 1/3 van het boek is gewijd aan Anialarra, en je vindt er een groot hoofdstuk in van de hand van Paul en Annette, over de exploraties van de “Anialarra Interclub” georganiseerd door SC Avalon.