woensdag 22 november 2017

Journées de Spéléologie Scientifique 2017

De wetenschappelijke speleologische dagen vonden plaats op 18 en 19 november.
De voordrachten op zaterdag gingen zoals gewoonlijk door in de 'Ferme de Dry Hamptay' te Han sur Lesse.
Op zondag volgde dan een excursie naar de steengroeve 'Carrière Gauthier-Wincqs' te Soignies, onder leiding van Yves Quinif.




Het onderwerp van de excursie moet je dus niet ver gaan zoeken: jawel...: Fantômes de roche en karstvorming door 'fantômisation'.
Professor Yves Quinif is een begenadigd verteller, en met zijn uitleg op het terrein wordt duidelijk hoe grotten kunnen ontstaan door deze 'spookrots'.


De donkere rand van deze plaat is al getransformeerd en kan je met je hand afbreken.
Zicht op de steengroeve, 100m diep.


Een groot deel van deze wand is reeds 'spookrots'
Als een rivier zich in de loop van de tijd dieper insnijdt, wordt de getransformeerde rots door het grondwater naar die rivier getransporteerd en blijft een ondergrondse ruimte over.

De carrière heeft zich tot onder de watertafel uitgebreid en op sommige plaatsen zie je hoe het grondwater de roche fantôme meespoelt... De rode kleur is afkomstig van de pyriet die zich tussen de kalksteenbanken heeft gevormd.




Met dank aan de organistoren van de JSS en in het bijzonder aan Yves Quinif voor zijn duidelijke uitleg. We zijn weeral (een beetje) wijzer...

vrijdag 29 september 2017

Anialarra expeditie 2017

Naar jaarlijkse traditie, en dat al voor het 21ste jaar op rij, gingen we in de maand augustus (3 weken) en september (2 weken) exploreren op het massief van Anialarra, een van de mooiste karstgebieden van Europa. Het programma was zeer gevarieerd doch zoals steeds, deden we hooguit de helft van wat we hadden willen doen! Dit jaar lag het accent niet enkel op exploratie maar ook op fotografie, want het wordt hoog tijd dat we onze fotobibliotheek aanvullen met goede ondergrondse foto’s! 25 jaar Anialarra is niet meer zo veraf en dan komt er zeker een boek uit, met veel foto's erin!

AN506-Sima de los Niños (-410 m)

We begonnen met het hernemen van deze grot. Dit was onze eerste grote ontdekking op het massief (in 1997-1998) en vooral de 258 m diepe put “Le Monstre" zal ons voor altijd bij blijven. We hadden twee doelstellingen: ten eerste, de put fotograferen want er was vroeger nooit één geslaagde foto in gemaakt. Ten twee: het kon bijna niet anders of deze grot zou kunnen verbinden met het Systeem van Anialarra, dat er pal onder ligt. De bodem van de Niños, op -410 m, ligt slechts 15 m verwijderd van de rivier van Anialarra. Helaas bleek de fond nog even potdicht als we 20 jaar geleden vaststelden. Er werd veel tijd gespendeerd aan het heronderzoeken van diverse laterale putten die op -310 vertrekken, eveneens zonder resultaat. De fotosessie echter leverde wel goede foto’s op. De grot bleef geëquipeerd tot in september, voor een tweede fotosessie door een ploeg van Arsip, Amalgame. Maar het afgrijselijke weer van september maakte die afdaling onmogelijk. De grot werd enkele dagen later volledig gedesequipeerd (500 m touw) in echte crue-omstandigheden…

Desequipement Ninos (foto Frits)

In de P23 van Ninos (foto Paul)
50 m diep in Le Monstre, de P258 van Ninos (foto Paul)

Zicht omhoog in het onderste deel van de P258 (foto Paul)

AN669-Sima de la Babosa (-355 m)

In deze zware grot die maar niet wil eindigen en waar we nu al bijna 8 jaar bezig zijn,  zijn we weer vertrokken in een nieuwe puttenreeks. In de Puits Manneke Pis op -220 is na wat werk een nieuwe, diepe put opengemaakt. Einde op -280 boven een put die men op meer dan 100 m diep schat maar te gevaarlijk is om af te dalen wegens de enorme blokken die er hangen. Schoonmaak zal niet simpel zijn. Maar de topo wijst uit dat ook deze put wel eens best de gekende putten zou kunnen vervoegen en dus ook weer op de fond (-355) zou uitkomen. Maar dat zullen we pas in 2018 weten, hopelijk. De grot heeft alle potentieel om de hoogste ingang van het Systeem van Anialarra te worden en zou van het systeem een -900 maken. Eén nadeel: daarvoor moeten we van Babosa een grot maken van -480 m diep en niemand durft over de implicaties daarvan na te denken.  Dat zou betekenen dat er nog een paar honderd meter meer touw in de grot moet gebracht worden. De ingangszone van de grot is erg nauw en lastig. Tot zowat -100 is het een echte Belgische Trou Wéron of Chawresse.
In de Suppositoire op -100 in Babosa (foto Frits)

Systeem AN596-Sima Antartica/AN211 (-344 m)

De naam zegt het al, dit is een ijsgrot. Vorig jaar deden we daar enkele fantastische explo’s in waarbij we een nieuwe tak in de grot tot zowat -140 pushten en stopten bovenaan een zeer diepe put (150 à 200 m). Jammer genoeg was  in augustus een put op -60 nog verstopt met sneeuw, en in september kwam het er niet meer van (bovendien was het toen veel te nat). In de directe omgeving werd een derde ingang gevonden (Sima del Nudista), maar die laat evenmin toe de sneeuwstop te passeren. Wel geraakten we langs die weg gemakkelijk in de prachtige ijszaal op -40 en kon daar een fotosessie worden gehouden die heel mooie foto’s opleverde.
In de ijszaal van Antartica (foto Paul)

Kim daalt af in de 30 m diepe "moulin de glace" (foto Paul)

De "moulin doorsnijdt een ijslaag van 30 m dik (foto Paul)

Nudista, de nieuwe ingang van Antartica (foto Paul)

AN624-Sima Pokémon (-78 m)

Uiteraard gingen we daar verschillende malen heen. Deze grot ligt perfect boven het Systeem van Anialarra en wel boven de extreme amonts van Tintin en Quick en Flupke en al jaren zijn we op zoek naar een directe, snelle toegang tot dat uiterst ver gelegen deel van het systeem. Vorig jaar werd er zeer vaak en hard in gewerkt en we stopten de laatste dag boven een nieuwe put. Die werd dit jaar geëxploreerd; maar onderaan die nauwe en lastige 30 m diepe put zat alles dicht en waren we de tocht kwijt. Het lijkt erop dat deze grot definitief gedaan is, op -78 m diepte. In de ingangszaal werd ook nog gewerkt maar ook daar is er weinig hoop.

AN597-Sima Regalo (-367 m)

De topper van de expeditie! Die werd vorig jaar in september opengemaakt en toen werd de expé afgesloten met een afdaling tot -140 in een van de spectaculairste grotten die we er ooit vonden. Het was dan ook niet verwonderlijk dat deze grot heel veel aandacht kreeg. In augustus werd de instabiele ingangszone veilig gemaakt en wat verbreed. De grot werd weer geëquipeerd tot -140 wat toeliet er een fotosessie te houden in de immense Puits de l’Adrénaline waarmee de grot begint.
Adrenaline gegarandeerd in deze P130 (foto Paul)
In september begon de pret pas echt. Vanaf onze terminus op -140 daalden we vrijwel moeiteloos af tot -200 (Puits Hercule, Puits arrosé, Puits Pinokkio). Daar vertraagde een vernauwing ons een dagje, maar eens daar voorbij ging het weer verticaal verder (Puits du Chipo), vervolgens weer een tijdelijke halte voor vernauwing (Etroiture 69) die een diepe puttenreeks voorafging (Puits du Mérite, Puits Pile ou Face en Puits Queue-leu-leu). Einde op -367 m waar er geen doordringbaar vervolg meer was. Doch 30 m hoger bracht een pendule ons tot voor een smal venster waarachter een grote put wacht. Maar wegens tijdsgebrek zal dat tot 2018 moeten wachten! In de Puits Pile ou Face splitste de grot, en kon in een andere puttenreeks worden afgedaald tot -340, waar ook weer een vernauwing zit met een 40-50 m diepe put eronder! Heel deze tak loopt in noordelijke richting.

Annette rond -70 (foto Paul)

Rond -90 (foto Paul)

Rond -120 (foto: Paul)

Explo rond -340 in Puits QLL (foto Annette)
Op een geheel andere plaats in de grot, op -95 in de ingangsput, is er ook een splitsing. 10 m lager was er een groot platform dat we al dagenlang geduldig links hadden laten liggen. De laatste twee explo’s van september, nadat de grot tot -100 was gedesequipeerd, gingen we eindelijk eens kijken wat er daar was. Eerst werd een mooie puttenreeks gedaan (Puits de la Cale) die dichtloopt op -141, maar wat hoger op -132 is er – je raadt het al – een te nauw venstertje met erachter een immense put met veel echo die we op minstens 75 m schatten.



Deze tak van de grot loopt pal zuid, in totaal tegenovergestelde richting dan de rest.
Paul begint aan de Puits de la Cale (foto Annette)
En dan zetten we zelfs nog geen voet in een andere put die ook op dat groot platform begint en nergens de al bekende putten lijkt te vervoegen! Maar onze tijd was op en het was sowieso al flink doorwerken om deze touwenvretende grot tijdig gedesequipeerd te krijgen.
Vreugde na een geslaagde explo in Regalo (foto Paul)
Kortom, er is nog heel veel werk aan de winkel in deze grot. Ze ligt trouwens niet ver van het Systeem, en het waarschijnlijk is dat ze ermee zal verbinden. Een kanshebber is de Affluent Oublié, die op een enorme omhooglopende put eindigt. Maar daarvoor moeten we nog wel zakken tot een diepte van -434 m en nog een meter of 50 in noordelijke richting geraken.

Ligging van Regalo (groen) ten opzichte van het systeem (oranje))



Prospectie

Finaal deden we nog wat prospectie en maakten we eindelijk de topo van twee andere grotten: AN557 (Grand Avaloir) die uit een grote doline bestaat gevolgd door een ruime ondergrondse zaal) en de AN564, een ruime horizontale ijsgrot die we al in 2000 hadden bekeken.
AN557 le Grand Avaloir (foto Paul)

Systeem van Anialarra  (-853 m en 43 km)

Eén ploeg ging een klim doen in de Affluent de la Discordance en deed er een 40-50 m bij, einde in omhooglopende putten. De andere ploeg ging naar de Nostradamus, voor een scala aan karweitjes: recuperatie van materiaal dat er 2 jaar geleden was blijven liggen, explo en topo van een putje (dat blijkbaar al getopografeerd was…), vervangen van de 13 jaar oude touwen in de Rocky Horror (een klim van 45 m) en andere putten.  Maar het hoofddoel was  een klim te maken bovenaan Salle du Lapiaz, naar een uitdagend zwart gat. Deze klim leverde zowaar een fossiele bovengalerij op van respectabele afmetingen waarin een 100 m werd gevorderd, en het loopt verder! Moeten we dus weer terug. Maar dat zal echt wel met ons bivakmateriaal zijn, want weer is gebleken dat tochten in die zone veel te ver en te zwaar zijn om op één dag te doen. Enkel voor het traject heen-en-weer heeft men al 10 uur nodig. Dan blijft er niet veel tijd meer over voor exploratie!

We deden ook een dagtrip in het Systeem, met als enige doel foto’s maken. We gingen tot aan de waterval nabij het Spaanse kamp (-550) en maakten op de terugweg foto’s. Onderweg werd nog een interessant gangetje gevonden door de juniors Kim en Gertian. Ze deden een meter of 50 première, loopt verder.

De prachtige waterval op -550 (foto Paul)
Plage des Galets op -500 (foto Paul)

Maar de hoofdbrok van de expeditie was het afbreken en deels verhuizen van ons kamp op -600 in de Galerie des Marsupilami (voorbij de trémie van -650) dat daar nu 10 jaar staat, maar zijn functie heeft verloren, wegens de opening van een onderingang tot het Systeem (AN308) die toelaat in slechts 4-5 u onze exploratiezone te bereiken. Voordien was dat minstens 9 u.
Eerst deed een grote ploeg Fransen, Spanjaarden en een Japanner onder leiding van Eric Boyer een traversee van AN51 naar AN308 en ze verhuisden al 4 slaapzakken van ons kamp tot aan het begin van de Rivière Tintin (Puits Milou).
Vervolgens vertrok de ploeg Annette, Frits, Gertian en Kevin in de AN51. In het kamp op -650 namen zij alles mee dat ze nodig hadden om een kamp voor 4 op te zetten. Vervolgens trokken ze zeer zwaar geladen verder en zetten hun kamp  aan de Puits Milou (begin van Rivière Tintin). ’s Anderendaags maakten ze een lange exploratie in de extreme amonts van Tintin (Quick & Flupke).  Om deze zone te bereiken is zelfs vanaf het kamp in Milou ruim 5 u nodig! De Rivière Tintin is echt eindeloos lang. We zitten hier dicht bij de Gouffre des Partages en de bedoeling was dan vooral een gangetje te herzien dat hier 6 jaar geleden was gevonden en pal in de goede richting liep. Jammer genoeg werd het niet teruggevonden! Gelukkig werd een andere interessante plek gevonden. ’s Anderendaags ging de ploeg klimmen in de Affluent Tournesol en de vierde dag gingen ze naar buiten langs de AN308, de onderingang van het Systeem.
Team Nul (of zoiets) in  de Rivière Tintin (foto Annette)
Kortom, er werden geen spectaculaire zaken gevonden, maar de sector blijft interessant. Nu het kamp aan Milou staat, en we via de AN308 kunnen komen, zullen we in de toekomst eindelijk de explo van Tintin kunnen afronden. En wie weet de verbinding met de Gouffre des Partages realiseren, want dat staat zeer hoog op onze wenslijst. Hierdoor zou een systeem van meer dan 128 km lang ontstaan! De verbinding bestaat trouwens al hydrologisch.


Het drietal Paul, Kim en Lieven volgde deze ploeg op de voet met als opdracht al wat overbleef in het kamp op -650 weg te halen. De eerste avond werd besteed aan het verhuizen van zoveel mogelijk materiaal tot bovenin de Grande Salle (iets voor Gibraltar). Na de allerlaatste overnachting in onze vertrouwde kampplaats in de Marsupilami, werd alles Spic en Span opgekuist. Niemand die ooit kan denken dat daar honderden overnachtingen zijn gebeurd! Dan zwaar geladen met 3 volle sherpakits naar buiten. In de Grande Salle ligt nu nog materiaal dat op een dagtrip kan weggehaald worden door 3 à 4 man.



Hierboven 4 foto's van het systeem tussen -450 en -500 (foto's Paul)

Laatste foto van de augustus-expé met Paul, Gertian, Kim, Annette en Gleb

Het weer

Onze exploratiezone situeert zich tussen de 1900 en 2300 m hoogte en ondanks dat we er in Spanje zitten, is het volop onderhevig aan het wispelturige klimaat waarvoor de Pyreneeën gekend zijn. In augustus hadden we uitzonderlijk goed weer, op 3 weken tijd was er slechts een korte periode van een dag of 3 met regen en mist.
In september kregen we daarvoor de rekening gepresenteerd! De expé begon met drie dagen van het ergste pokkenweer, waarbij de temperatuur bovendien als een baksteen omlaag viel en de pijpenstelen regen die we in het skistation hadden, op de hoogte van ons kamp transformeerde in overvloedige en zware sneeuw.

Ons kamp dat we de eerste dag tussen de buien door hadden opgesteld, vonden we ’s anderendaags totaal vernield terug. De Northfacetenten waren verpletterd onder honderden kilo’s natte sneeuw. Vrijwel alle stokken waren gebroken en staken doorheen de tentzeilen. Gelukkig hebben we na 20 jaar er al bijna alles meegemaakt, van stormen met wind tot 200 km/u tot pakken sneeuw. We hebben dus een massa reservestokken, zelfs een reservebuitenzeil, en een derde TNF reservetent . Wie denkt dat hij met een peperdure VE25 Northfacetent - het slagschip onder de expeditietenten - alles aankan, heeft nog nooit in het hooggebergte gekampeerd!



Maar toch kostte het herstellen van de ravage ons veel tijd en energie. Kortom, we verloren enkele dagen. Gedurende de hele eerste week van onze september-expé bleef de wind van het noordwesten komen en dat is vochtige lucht van de Atlantische oceaan. Die bleef maar regen aanvoeren en onze ondergrondse tochten waren vrijwel onmogelijk want de lapiaz is een zeef en wat men ook probeert, men kan nooit volledig hors-crue equiperen want het water komt van overal.
Gelukkig hebben we vlakbij ons kamp een vrij ruime grot-abri, waarin we de vele avonden konden doorbrengen terwijl buiten de regen neergutste. Wat niet betekende dat het er warm of zelfs maar droog was. Het woord “holbewoner” krijgt dan wel een andere betekenis.
Dit moet de zieligste foto zijn die ooit op Anialarra is genomen. Jack en Frits in onze abri, nat tot op hun vel na een poging tot speleo wanneer het slecht weer is (foto: Paul)

Nu en dan werden we zo wakker: verrassing! (foto Paul)

Eén dag schitterend weer krikte het moreel van de troepen danig op, maar daags nadien zat alles weer potdicht en het tweede weekend kregen we opnieuw een pak sneeuw. Gelukkig werd alles goedgemaakt want de laatste 5 dagen van de septemberexpé was het weer echt zomers.
Moraal van het verhaal: wees steeds op alles voorbereid.

Toekomst


Het wordt afgezaagd, maar we zijn daar nu al 21 jaar bezig en we hebben nog maar een fractie van het potentieel aangeboord van dit fabuleuze massief. Toch is het massief niet groot, enkele vierkante kilometers hooguit, maar de concentratie aan (diepe) putten is uitzonderlijk hoog.  Bewijs is dat we er jaar na jaar van de ene grote exploratie in de andere rollen, bijna zonder moeite zo lijkt het wel. We mogen ons gelukkig prijzen dat we deze onuitputtelijke zone mogen exploreren! In elke geval, weten we nu al perfect dat we ons volgend jaar geen seconde gaan vervelen. Een betere motivatie is er gewoon niet. 

Deelnemers

Augustus:  Annette Van Houtte, Paul De Bie , Kim De Bie, Erik Bruijn, Gleb Lanskoy, Lieven De Meyere, Kevin Leys, (allen SC Avalon), Gertian Roose (Spero), Frits van der Werff (GRSC)

September: Annette Van Houtte, Paul De Bie , Mark Michiels, Dagobert L’Ecluse, Bart Saey  (allen SC Avalon), Frits van der Werff (GRSC), Jack London (Continent7)

Dagobert, Mark, Paul, Bart, Annette

Paul, Annette, Jack, Frits

Dank

Onze dank gaat uit naar onze sponsors:
Camping Ibarra
SD Worx
De Berghut
Proviron

Maar ook dank aan alle foto-assistenten die geduldig in diepe putten bleven hangen of in ijszalen bevriezen terwijl de fotograaf op zoek was naar "de" perfecte foto.

Tenslotte dank aan alle deelnemers voor hun tomeloze inzet en enthousiasme, zelfs wanneer de weersomstandigheden er alles aan deden om ons weg te pesten.

dinsdag 13 juni 2017

Ondergronds fotograferen

Ik ga hier geen cursus geven, er zijn al genoeg boeken over geschreven en bovendien heeft “de meester” Philippe Crochet er in Spelunca een sublieme reeks artikels over geschreven. Die vind je hier http://www.philippe-crochet.com/articles (« La maitrise de l’éclairage en photographie souterraine »).
Ondergronds fotograferen luistert naar alle regels van de gewone fotografie, zoals onderwerp, compositie, kadrering enz. maar één ding is het belangrijkste: belichting. Dat is logisch want in een grot is het nog donkerder dan het donkerste zwart dat je je kan voorstellen. De klassiek geschoolde fotograaf zal dan een kanjer van een flitsapparaat op zijn toestel zetten en inderdaad: daarmee kan je het ondergronds landschap fotograferen. Maar je eindigt wel met een platte foto waarin geen enkel diepte of reliëf zichtbaar is omdat alle licht van recht voor komt: lelijk dus (het soort foto’s dat je in de foldertjes van toeristische grotten ziet staan, nochtans meestal gemaakt door profs).
Dat kan veel beter. De flitser moet weg van het fototoestel. Van zodra het licht vanuit een hoek komt in plaats van het fototoestel zelf, krijg je schaduwen en die creëren reliëf. Maar daarmee zijn we er nog niet, want harde schaduwen zijn ook niet zo mooi. We zullen meer dan één flitser moeten inzetten!
Het spreekt vanzelf dat het fototoestel met die flitsers moet kunnen communiceren, ze zijn er immers niet meer fysiek mee verbonden. Tegenwoordig bestaat er schitterend en vrij goedkoop materiaal van het merk Yongnuo (zie ook het artikel van Philippe Crochet hierover!). Hart van de zaak is een kastje dat een “controller” wordt genoemd. Het is verbonden met je fototoestel en stuurt met een radiosignaal tot 6 flitsers aan. Die flitsers, Yongnuo’s met een richtgetal van 60, kan je ook vanop afstand instellen, dit zowel qua flitskracht als qua zoom (van groothoek 24 mm  tot tele 105 mm). De flitsers kunnen gelijk waar staan, tot zelfs 50 meter verder. Het radiosignaal doet ze allemaal synchroon werken van zodra je je foto maakt.
Een flashcontroller en een flitser.
Met 4-5 flitsers kan je vrijwel alle situaties aan. Maar zoveel flitsers tegelijk afregelen, qua plaatsing, lichtkracht, zoom enz is een lastige zaak. Ik heb geleerd dat het beter is om dat één voor één te doen. Nadeel van de methode is dat het lang duurt eer je zo een goede foto hebt gemaakt. Je moet tijd hebben en een geduldig model! Voordeel is dat je werkelijk kan schilderen met licht; een beetje meer daar, een tikkeltje links, een beetje rechtsboven.

Nemen we onderstaand voorbeeld. Het decor is natuurlijk schitterend maar aartsmoeilijk om goed te fotograferen. En je kan in deze zaal niet zomaar gaan staan waar je wil, en voor de fotograaf is er heel weinig manoeuvreerruimte.
In een eerste fase regel ik het tegenlicht af. Dat is het moeilijkste om juist te krijgen. Tegenlicht is UITERST belangrijk. Het maakt je onderwerp (hier Annette) los van de achtergrond. Het zorgt voor mooie reflecties op de wanden en plafond. Als je het tegenlicht perfect krijgt, wordt heel je onderwerp door een dun, zilveren lijntje afgeboord.
Het tegenlicht is hier een flitser die op een eenbenig statief staat, zowat 2 meter achter het model, op 70 cm hoogte. Hij is naar het fototoestel gericht, maar het is natuurlijk cruciaal dat hij niet rechtstreeks zichtbaar is, of je foto is mislukt. Na enkele testfoto’s was de goede plaatsing gevonden, de flitser stond op ½ van zijn kracht en in groothoekstand.
Maar tegenlicht verlicht niet de voorkant van je model en dat wordt dus een zwart silhouet. Niet goed! (Ik heb jammer genoeg geen foto bewaard van deze eerste stap, dus geloof het maar van mij). 

Dus tweede stap: een tweede flitser, die enkele meters voor Annette stond, die goed verstopt was achter een stalagmiet, en naar haar gericht was. Maar deze flitser zou alles verlichten en je mooie tegenlicht teniet doen. Om dit te vermijden, stond hij slechts op 1/64 van zijn kracht en was voorzien van een “snoot”: een kokervormig verlengstuk dat het licht sterk bundelt (een lege verpakking van Pringles is ideaal!). Aldus verlichtte hij enkel het gezicht en trui van Annette maar had hij vrijwel geen invloed op de rest.
Tegenlicht maakt het model los van de achtergrond.
Voilà, tegenlicht goed, model goed verlicht. Nu de voorgrond nog.
OK, nadat dit goed was, moest de voorgrond belicht worden. Probleem hier is de “grille” van stalagmieten die lange slagschaduwen werpen, van zodra ze horizontaal van de voorkant worden belicht. De derde flitser werd dan ook veel lager opgesteld: hij stond wel 2 m lager en verlichtte schuin omhoog.
Nadat de goede lichtkracht was vastgesteld (1/8), en de flitser enkel malen was geherpositioneerd om een vervelende slagschaduw te vermijden, was dit het resultaat.
Met een 3de lichtbron, vanaf rechts beneden.
Het was duidelijk dat er nog een beetje licht bij moest want de bovenrand van het balkon was nog in het duister gehuld. De vierde flitser werd ingezet; die moest heel hoog worden gehouden, alweer om slagschaduwen te voorkomen, en van links opzij staan. Ook hier was het even zoeken naar de juiste belichting. Hij moest echt niet meer doen dan de donkere rand van het balkon oplichten! Om even te illustreren wat het effect van één flitser meer of minder is, zie deze foto.
Oei, de 4de flitser is wat te sterk.
Uiteraard werd zo het mooie spel van licht en schaduw, dat we na een uurtje werken hadden bekomen, hierdoor totaal teniet gedaan. Maar dat was enkel een kwestie van de flitskracht te beperken, en zo eindigden we met deze foto.
Ziezo, het balkon is nu net genoeg belicht. Dit is "de" foto".
In dezelfde zaal werd nog een 2de foto gemaakt, volgens het zelfde stramien: eerst het tegenlicht goed krijgen, dan belichting vanaf rechtsonder, dan wat meer licht vanaf linksboven.
Tegenlicht en "snoot" goed

Extra licht van rechtsonder

En nog wat licht van links

Dus, het is allemaal niet zo moeilijk ;-)
Maar tot slot: het geheim is vooral: wees altijd kritisch voor jezelf. Want het kan altijd nog beter. 
Ter illustratie: In 2005 schreef ik een boek over deze grot en ik had daarvoor wat betere foto's nodig, dan de barslechte dia's die ik had en die dateerden van de ontdekking en exploratie, in 1995.
Een lange fotosessie, met een van mijn eerste digitale camera's (Canon G6), resulteerde hierin:
Foto van 2005
De beperkte lens van het toestel, amper een groothoek te noemen, liet niet toe heel de "haaienmuil" van de zaal te fotograferen en al zeker niet het witte balkon dat meters ver omlaag vloeit. Foto met 3 flitsers, en jammer genoeg grote slagschaduwen van stalagmieten en de 2 modellen. En bij gebrek aan tegenlicht, versmolten die modellen met hun schaduwen. En één van de modellen was dan nog in het zwart gekleed!
In 2015, met een ander toestel (Canon G11), volgde een nieuwe poging. Ditmaal had ik wel wat meer van het balkon kunnen fotograferen. Dankzij een uitgekiende opstelling van diverse flitsers, had ik vrijwel geen slagschaduwen. Maar het tegenlicht achter Annette voldeed niet, en de foto was niet scherp genoeg naar mijn zin. Dat kon dus (weer) beter!
En dus gingen we nog eens terug (en ik durf niet beloven dat het de laatste keer was) en er werd toch weer vooruitgang geboekt! Ditmaal met de Olympus OM-D EM5, en een echte groothoek (18 mm) zodat ik eindelijk alles op de foto kreeg!
Foto van 2015
Foto van 2017