zondag 4 maart 2018

Speleovakantie Doubs/ Nans sous St Anne februari 2018

Do 8/2: Vandaag start de vakantie! Om 16.00u kwam Eric me ophalen en tegen 17.00u waren we in Mechelen waar we hadden afgesproken met Mario. Alle gerief wordt overgeladen in de auto van Mario en in opperbeste stemming vertrekken we richting Poinson naar het huisje van Jos om de nacht door te brengen.

Vr 9/2: De volgende ochtend na het ontbijt vertrekken we richting Nans s/s St. Anne maar onderweg pikken we nog gauw een grotje mee nl de “Gouffre du Petit Siblot”. Klein maar zeer mooi! Een vrij smalle ingang, enkele putjes en onderaan een zeer mooie geconcretioneerde zaal. De moeite om te doen. Eruit komen was wat pittiger omdat ik met het verkeerde been in mijn traptouw zat en daardoor niet omhoog geraakte in de smalle ingangsspleet. Gelukkig waren m’n kameraden er om dit oudje te redden,ha,ha. Zo, dat was al een leuke opwarmer.







Toen we omgekleed waren zijn we verder gereden naar de gîte en hebben we ons geïnstalleerd. Tegen 22.00u ben ik gaan slapen want op de anderen wachten had geen zin want die zouden pas tegen middernacht binnenvallen.



Za 10/2: Vandaag ben ik samen met Mario op zoek gegaan naar de “grotte du Tunnel de la Cabette”. Dit is een ondergrondse  tunnel  die gebruikt wordt voor watercaptage en deze tunnel doorkruist een grotje. Voor Mario stond deze al een hele tijd op zijn verlanglijstje . Hij heeft er al eens alleen vruchteloos achter gezocht dus vandaag moest dit lukken, met gps coördinaten en een tweede man/vrouw. Het had ferm gesneeuwd (10cm) maar gelukkig konden we toch tot aan de buvette rijden. Bon, de gps opgezet maar helaas, de coördinaten die Mario had gevonden op het internet gaven de plaats weer van de buvette en niet die van de “Tunnel”. Ok, niet erg, we gaan dan maar op goed geluk wat rondsnollen. Na een eerste verkenning die niets opleverde trokken we terug naar de auto om vandaar een nieuwe richting uit te gaan.





Maar gelukkig voor ons stond er juist een boswachter  aan de auto, die ons dan de weg heeft gewezen. Ons gauw omgekleed en door de verse sneeuw naar de ingang waar we algauw het aan het ijzeren poortje stonden. Een tunnel met een kanaaltje in waar een beetje water in stond. Je kan net niet rechtop lopen wat zeer belastend is voor je rug. Na ongeveer 800m kwamen we op de plaats waar de tunnel een klein grotje doorkruist. Een afdaling van +/- 15m en we kwamen in een zaal terecht die je zowel links als rechts zo’n 20m kan volgen. Aan beide kanten loopt alles dicht. Terug naar boven dan en de tunnel nog even verder gevolgd tot we aan een instorting kwamen, op +/- 1,2km ver van de ingang. De tunnel liep nog veel verder maar we zijn niet over die instorting gekropen. Terug naar buiten dan. Onderweg nog vele kleine vleermuisjes gezien en in het kanaaltje zaten witte kleine kreeftjes nl. Nifargussen.  We hebben zelfs een kikker gezien in het water. Terug buiten tegen de middag dus nog veel te vroeg om naar de gîte te gaan. We zijn dan naar de “source de Lison” gereden wat toch telkens weer zeer impressionant is om te zien, zeker nu met al die sneeuw. Ook even naar de “Creux Billard” en de “Sarrazine” gewandeld in een feeëriek landschap met al die besneeuwde bomen.



Tegen 17.00u terug naar de gîte gereden waar de anderen(Kris,Toon,Gleb,Frank,Kamiel,Lukas,Peter C.) ook al terug waren van hun grottocht naar de “Baudin”. Dit is één van de ingangen die uitkomt in de collecteur  van het systeem “Verneau”. Zij zijn echter niet ver geraakt omdat de waterstand te hoog was.

Jos en Eric zijn op zoek geweest naar de “Combe de Malvaux” maar hebben deze niet gevonden. Per toeval in een ander grotje terecht gekomen die daar in de buurt lag nl. de “Beaume du Mont”.‘s Avonds hebben we een lekkere ratatouille gegeten en terwijl de huishoudelijke taken werden verdeeld ontfermde Eric zich over het kitten van de zakken voor de volgende dag. Bij het knapperend vuurtje van de kachel zijn er heel wat droge moppen op tafel gegooid. Een gezellige drukte en er is heel wat afgelachen.



Zo 11/2: Vandaag stond de “Gouffre Pouet-Pouet” op het programma.(-160m).

Vroeg opgestaan 6u45, rustig ontbeten, gerief klaargemaakt en de eerste ploeg(Eric, Jos, Gleb, Mich) kon vertrekken om te grot al te gaan equiperen. De tweede ploeg zou zo’n 2 uur later komen. Het had vannacht nog wat bijgesneeuwd maar gelukkig toch zonder problemen op de parkeerplaats geraakt. Er stond wel een fris windje waardoor het kouder aanvoelde dan gisteren. Vlug omkleden en door de sneeuw richting grot. Eerst een weide doorkruisen en dan even de bosrand volgen tot aan de grot. Eric begon met equiperen en halverwege nam Gleb het over. Alles verliep vlotjes totdat Eric opmerkte dat we waarschijnlijk te weinig plaketten gingen hebben. In de grotbeschrijving stond vermeld dat er “nombreuse broches” waren maar we hebben er letterlijk maar één gezien. Gelukkig had Eric toch wat reserve plaketten en assen meegenomen maar  hoe dieper we afdaalden hoe meer we moesten improviseren met veel natuurlijke ankerpunten te gebruiken. De grot is een puttenreeks die wordt afgewisseld met enkele meanders en na een laatste put van 27m kom je in een collecteur die je stroomopwaarts en -afwaarts kan volgen tot aan een sifon. Spijtig genoeg waren, ondanks onze besparingen, alle plaketten op en konden we de laatste put niet afdalen. Ondertussen was de tweede ploeg ons al ingelopen zodat we met zijn elven verspreid zaten in de meanders en putten. Enfin, niks aan te doen, terug dan maar. Zo halverwege de terugweg kwamen we aan een put die deze morgend nog kurkdroog was maar waar er nu toch een serieuze douche afkwam.  Kletsnat tot op mijn onderbroek klom ik naar boven, nog even een lastig gaatje doorkruipen bovenaan de put en even later stonden we weer buiten. Niet treuzelen nu en in looppas door de diepe sneeuw naar de auto gerend. Verdorie wat was het koud! Nog een klein sneeuwbuitje erbij  en dan denk je toch van” wat doe ik hier?” Maar eenmaal terug in je lekkere warme kleren is alles vlug vergeten. We hebben gewacht totdat iedereen terug uit de grot was en daarna zijn Mario, Jos, Eric en ikzelf al terug naar de gîte gereden om de kachel aan te steken en een lekkere warme chocomelk klaar te maken. Een half uurtje later kwamen de anderen ook binnen, allen verkleumd van de kou. Na een lekkere warme douche en een mok hete verse chocomelk ontdooide iedereen en algauw werden de foto’s en filmpjes bekeken van de grottocht. ‘s Avonds een lekkere spaghetti om terug op krachten te komen en plannen maken voor morgen.




Mario en ik gaan niet grotten maar wat sight-seeing doen en ook nog wat eten halen. Frank,Kamiel,Lukas,Kris en Toon gaan langlaufen en Jos, Gleb en Eric gaan een tweede poging doen om de “combe de Malvaux(-86m) te vinden. 


Ma 12/2: Vandaag lekker lang geslapen tot 8.30u. Heerlijk ontbijt met spek en eieren klaargemaakt door Lukas en Kamiel. Eerst naar de winkel om inkopen te doen. Onderweg zagen we enkele forten staan. Ok, dit wilde ik wel eens van dichtbij gaan bekijken. Fort Belin en Fort St. Andre. Daar aangekomen bleek dat we in geen van beiden binnen konden maar toch wel leuk om deze gigantische bouwwerken eens te zien. ‘s Middags even naar de gîte gaan eten en daarna een wandeling gemaakt naar de Source de Verneau die vlakbij de gîte ligt. Een korte maar mooie wandeling langs de Verneau die zich in kleine watervalletjes naar beneden een weg zocht. Spijtig genoeg zijn we niet tot aan de bron zelf geraakt omdat het wandelpad was weggezakt en het te gevaarlijk werd om toch verder te gaan. Dan maar terug naar de gîte maar eerst nog even gepasseerd lang het kaaswinkeltje waar ze heerlijke comté verkopen. Ondertussen is het weeral aan het sneeuwen en dat terwijl het zonnetje schijnt, echt bizar. Er was nog wat tijd over om mijn verslagje bij te werken en lekker te keuvelen bij de kachel. Ik hoop dat de eigenaar vanavond wat hout bijbrengt want het gaat er rap door. Daarna ben ik al begonnen aan de voorbereidingen voor het avondeten: boontjes met tomaten, rijst, aardappelen en kip.




Tegen 16.30u kwam de eerste ploeg terug binnenvallen. Ze hadden de grot gevonden: een opeenvolging van putjes en enkele meanders. Een leuk grotje maar niets spectaculairs. Enkel de toegangsweg was pittig, een steile wandeling door de sneeuw in een magnifiek bos.

De anderen kwamen vrij laat thuis, het was reeds 19.30u maar ze hadden zich super geamuseerd. Toon had zijn drone meegenomen zodat we allemaal konden meegenieten van hun valpartijen en stuntelige afdalingen tijdens hun langlauf tocht. Het was weeral voor iedereen een geweldige dag geweest.


Di 13/2: Onze laatste dag, spijtig. Iedereen om 7.00u opgestaan om de gîte op te ruimen en alles in te laden in de auto’s. Frank + zonen en Gleb rijden meteen naar huis. De anderen gaan eerst nog een klein grotje doen nl. de “  Gouffre des Ordons” (Montrond le Chateau) . Een eenvoudige ingangsput van 5m gevolgd door ene van 20m. Daarna kom je in een uitermate geconcretioneerde galerij waar we vele foto’s genomen hebben. Dit was echt een super afsluiter van de week! Iedereen zonder problemen weer naar buiten en nadat we waren omgekleed hebben we afscheid genomen van elkaar en de terugreis aangevat. Voor iedereen was deze vakantie voor herhaling vatbaar. Het was super leuk !





Verslag : Mich

Foto's    : Mich

dinsdag 20 februari 2018

Vervolg van de werken in PLP

Er is nog flink verder gewerkt, meestal door mij alleen gezien Annette in revalidatie is van een tweede schouderoperatie. Maar het alleen werken wordt problematisch, dus ik hoop echt de komende maanden enkele clubgenoten mee te krijgen.

Kort overzicht:

Zondag 24 december 2017:  Een namiddag naar de E14/Casserole. Eerst een plop gedaan; prima resultaat en ik ben even bezig met het weghalen van wat enorme blokken. Daarna graaf ik heel de middag verder omlaag. De zanderige opvulling begint stilaan wat openingen te vertonen tussen de blokjes. Ik zak een 60-70 cm. Het wordt hoe langer hoe zwaarder de bakjes omhoog te brengen. Volgende keer kom ik met een compagnon!

Zaterdag 30 december 2017: Opnieuw naar de E14/Casserole, ditmaal met Erik. Eerste werk maken we met wat boomstammetjes een barricade waar we ons puin achter kunnen dumpen, zodat het niet heel de doline inrolt. Dan beginnen we eraan. We graven telkens een uur en wisselen dan van plaats. Zwaar werk, want het graven gaat snel en de bak met puin moet telkens een paar meter omhoog worden gestoken. Na een hele dag werken zijn we zeker 70 cm gezakt, het is veel breder geworden maar we zitten nog steeds in een bijzonder losse opvulling van vuistgrote stenen, en stofdroge klei. Bij de minste aanraking kalven de wanden af. Hoewel hier en daar een klein gaatje tussen de stenen verschijnt, breken we niet door in iets ruimers. Op het einde van de dag graven we nog wat in de hoek waar we 22 jaar geleden al werkten. Daar is meer tocht en men ziet er tussen de blokken flink dieper. Misschien moeten we daar toch ook eens terug naar kijken? Twijfel, twijfel…
Erik in de Casserole
Zondag 14 januari 2018: Dagje grotten met Frits (GRSC). Het was de eerste zonnige dag sinds 6 weken!
Allereerst gaan proberen de poort van de Grotte Strauss open te krijgen, een ontdekking van ons van 1993. Dat slot zat nl. al minstens 10 jaar vast! Het laatste bezoek aan de grot dateerde van 2002. Je eigen poort openbreken: moet kunnen! We hadden een slijpmachine bij op accu en een boormachine. Een uur later was hoekijzer dat het hangslot afschermt van inbraakpogingen verwijderd en mocht Frits met hamer en beitel het slot te lijf gaan. Een minuut later was het al gebeurd, niet het slot maar wel een van de (te zwakke) U-beugeltjes die op de poort gelast was, was gebroken.
Wij de grot in, voor een tochtje van een uurtje in deze kleine maar mooie grot. Nogal wat concreties (en alles goed nat vandaag) en mooie, ruime galerijen. Ik begreep terug waarom we er een poort hadden ingezet. Die natuurlijk zo rap mogelijk hersteld moet worden.

Daarna naar de E14/Casserole nabij de Contrastes. De dag was al bijna om dus we hebben er maar 2,5 uur gegraven. Opnieuw een halve meter gezakt in de gortdroge zanderige opvulling. Nog geen doorbraak in zicht maar we zitten warm, denk ik.
Frits haalt weer een bakje uit het gat
Zaterdag 20 januari 2018: Eerst naar de Grotte Strauss waar ik 2 lastige uren bezig was om de poort te herstellen en opnieuw afsluitbaar te maken. Maar het lukte en zo was de grot dan toch weer beschermd. Nu nog de balisagetouwtjes vervangen (die zijn  op vele plaatsen stuk) en de grot is weer als nieuw.
Daarna nog naar de E14/Casserole. Het was intussen flink pokkenweer maar gelukkig zit je in de grot droog. Eerst plopte ik (tweemaal) het grote blok beneden waarop Frits en ik waren gestopt. Nadat ik alle blokken naar buiten had gedragen (4 m omhoog) groef ik tegen de geconcretioneerde wand verder. Zo bracht ik een bak of 15 puin eruit maar er kwam nog steeds geen doorbraak in zicht. Eens goed gewierookt en dat bleek negatief daar waar ik bezig was. Verder gezocht en zo vond ik een venijnig blazend gaatje midden in de instabiele puinstapel achter mij. Dat was de kant waar ik liever was afgebleven! Toch maar met de koevoet enkele grote blokken laten vallen. Grote instorting, maar die maakte wel een “klok” zichtbaar van 80 cm diep. Overal zicht op los puin en een massa extra blokken te ruimen nu. En een enorme plaat waar je dwars onder lag en die amper leek vast te hangen. BRRRR!
Instabieler is amper mogelijk!
Het openmaken van dat instabiel gat had wel een drastische verandering in de tocht veroorzaakt, die nu overwegend blazend was. Maar het werk is er niet makkelijker op geworden.

Zondag 21 januari 2018: Jos en Erik kwamen de Grotte Strauss opnieuw en piekfijn voorzien van stevige balisagetouwtjes. Daarna gingen ze hetzelfde doen in de Grotte de Maye Crevé, die voorzien was van spuuglelijke roodwitte linten. Voilà weer een nuttige bijdrage aan de bescherming van onze karst geleverd!
Erik vervangt de balisage in de Grotte Strauss (foto: Jos)
Zaterdag 28 januari 2018: Ik ging eerst naar de Casserole om er wat maten te nemen van de instabiele troep zodat daar een volgende keer wat buizen en stutten kunnen geplaatst worden. Daarna heel de middag zwaar gewerkt in de E4, een van de grotjes aan het begin van de vallei. We werkten daar 23 jaar geleden al. Voorlopig wat gevorderd tot een nauwe spleet met tocht. Plopwerk. Nog wat in de andere grotjes geneusd,  o.m. de E1.

Zaterdag 4 feb 2017: Vroeg op pad naar de E4. Het was koud met nu en dan wat natte sneeuw. De grot was nog natter en ik dus al gauw ook. Ik had een extra laag onderkleding aan maar was toch gauw verkleumd. Op het laagste punt blokken geruimd, in feite de lagen afbreken. Ik kreeg zicht op de pleet rechts die met moonmilch bedekt is, maar ze schijnt 1 m lager dicht te zitten en met wierrook was er geen overtuigende tocht mee. Ik was nu wel ontmoedigend maar waar kwam die hevige tocht aan de ingang dan vandaan?  Na wat speuren vond ik de oorsprong: het is een breuk in zo een kalklaag. Amper een paar vingers breed en het is nog niet mogelijk om erin te kijken. Volgende keer weet ik meer! Wat me wel ongerust maakt: 5 m onder de E4 ligt een grotje van ons, de E2 en dat zuigt aan. Hopelijk is de tocht die uit de E4 blaast, niet daar van afkomstig!
De tocht in de E4 komt ergens van tussenuit deze kalkplaten
Vrijdag 9 feb 2018: Nog eens de vallei van PLP gecheckt, er lag wat sneeuw. In de Casserole vond ik nog een spleet die flink blies, weer tussen het uiterst instabiele puin. Dan een rooktest gedaan in de E2 die stevig aanzoog. En enkele minuten later begon de E4 te roken! Die test had ik beter niet gedaan want ik weet niet of het nog veel zin heeft om verder te werken in de E4.

Zaterdag 10 februari 2018: In de Casserole een poging gedaan om de enorme plaat waar je onder ligt met een buis te stutten. De buis was te kort en het resultaat is niet fameus. Het blaasgaatje opengemaakt en inderdaad: enkel losse troep. Nog een poging in het horizontale gangetje gedaan, maar wegens geen graafmateriaal dat gauw opgegeven. Dan naar de E4 waar ik enkele uren lang de platen heb liggen demonteren tot ik zicht kreeg op een mini-gangetje dat er onder zit. De tocht komt vandaar. Het ziet er niet zo geweldig (meer) uit.
De E4 na een middagje doorwerken
na afdekken met bladeren valt dat al veel minder op

Zaterdag 17 februari 2018: Vleermuizentelling in de Vallei van PLP. Ik trok met Pierrette Nyssen en Jonathan Demaret van Plecotus naar de Grotte aux Contrastes. We wilden toch eens zien of (nu er een ander deksel op de grot lag)  er al vleermuizen hun weg hadden gevonden naar wat – denken we – een ideale overwinteringsplaats zou zijn. Maar vlot ging dat niet.
Jonathan en Pierrette gereed voor de Contrastes
Ik vertrok enthousiast in de ingang (verticale buis) geladen met een kit vol touwen, een losse boormachine want ik wilde wat ankerpunten bijplaatsen en ik had uiteraard mijn hele klimuitrusting aan. Allereerst viel me op dat een van onze houten beplankingen het na 24 jaar begeven had (we ontdekten de grot in 1994) en er daardoor een dreigend pak blokken en aarde loshing. Wat dieper geraakt ik niet verder, er is daar een lastige passage om in een erg laag stukje te geraken. Ik geraakt zelfs niet meer voorbij die bocht, kon wel stenen voelen liggen maar met alle brol die ik aanhad en bijhad, zat ik potvast. Ik besefte gauw wat er gebeurd was: een instorting van boven had de doorgang deels versperd. Gelukkig had ik ok graafmateriaal meegenomen en zelfs een stuk stevig kippengaas en voldoende “goujons”. Kortom we konden ineens de instabiele troep boven mij beveiligen én de doorgang opnieuw uitgraven. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, het heeft 2 uur geduurd en ik heb de klotepassage daaronder wel 10x gedaan. Tegen dan was mijn pijpje al uit.

Enfin we zijn toch in de grote zaal geraakt (Salle Gluante) waar evenwel nog geen vleermuizen hingen, maar er fladderde er wel een rond. Daarna de andere kant van de grot, de P11 die toegang geeft tot een andere zaal (Faux Espoirs). Maar verdorie wat was de toegang tot die put een vervelend, nauw gat. Waarom we dat destijds niet wat ruimer hebben gemaakt, snap ik niet (we waren toen jong, smaller en leniger, natuurlijk en alles kon niet moeilijk genoeg zijn). Pierrette geraakte er niet door, Jonathan en ik wel. Onze inspanning werd beloond: beneden hing een “Grand Murin” en intussen had  Pierrette nog een “Moustache” (Myotis mystacinus) gevonden. Drie vleermuizen dus.

Jonathan en ikke
Erg laat uit de grot maar het was nog licht en de zon scheen, dus trokken we verder in de vallei waar ik nog diverse grotjes wist zijn. Ik had geen hoop om ver in Trou Sans Nom te geraken, normaal sluit een sifon in de winter ¾ van de grot af. Maar deze stond vrij! Deze grot leverde een tiental vleermuizen op, meestal Moustaches die zich in spleetjes en holtes van de wand wringen en zo amper te zien zijn. Maar niks ontsnapt aan het oog van mijn 2 collega’s van Plecotus! Na dit onverwachte succes checkten we de Abri du Nefli, amper 3 m diep. En toch, ook hier zaten 4 van die beestjes in een spleetje gewurmd. 
En ook de kleine grot “E1” leverde er 4 op. Straf dat die Moustachjes vaak vlakbij de ingang zitten, waar het volle bak vriest. 
Kortom, 22 vleermuizen geteld vandaag en we waren wreed content.

  • Contrastes (Grotte aux) 496-103: 1 MYOTIS MYOTIS + 1 MYOTIS MYSTACINUS/BRANDTII + 1 MAMMALIA CHIROPTERA en vol
  • Sans nom (Trou) 552-019 : 1 RHINOLOPHUS FERRUMEQUINUM + 2 MYOTIS DAUBENTONI + 8 MYOTIS MYSTACINUS
  • Nefli (Grotte du) 552-017 : 2 MYOTIS MYSTACINUS + 2 PIPISTRELLUS sp
  • Avalon( petite grotte E1 de) 552-027 : 4 MYOTIS MYSTACINUS

Zondag 18 februari 2018: ’s Ochtends gauw naar de Vallei van PLP want ik wilde de tocht aan de Casserole checken, profiterend van het vries
weer. De grot lijkt op twee verschillende karstverschijnselen te liggen. Er valt een enorme koude tocht in omlaag die verdwijnt in het puin. Maar in de zijkant, vanuit de superinstabiele klok die ik er laatst openmaakte, blaast een al even hevige vochtige damp, en die is 9 à 9,5°C warm. Ik veronderstel dat deze afkomstig is van de Grotte aux Contrastes, want die ligt hier vlakbij en de ingang zuigt zeer fel aan. Maar waarheen gaat dan de tocht die in omlaag verdwijnt? Mysterie!

In de namiddag ging ik dan verder op vleermuizentelling, in de Vallei van de Lembrée. Grot in, grot uit: Grotte Anneton (waar dassen zowat heel de grot ondergescheten hebben), Grotte de l’Intuïtion, Grotte du Tié d’la l’Aiwé, Grotte en U, Grotte de la Brouette, Trou du Gué, en de ingangszone van de Grotte des Illusions en Grotte des Surprises.
Twee schattige Moustachkes zij aan zij aan het pitten in de Tié d'la l'Aiwé
Alles bij elkaar een tiental fladderaars gespot. En er allicht evenveel niet gezien Waarschijnlijk is mijn oog er nog niet genoeg op geoefend.

woensdag 20 december 2017

PLP: Oude liefde roest niet

In de jaren 1993-1995 werkten we tientallen malen in de vallei van Pont-le-Prêtre nabij Bomal. Het was een succesvolle periode met ontdekkingen van enkele belangrijke grotten, zoals de Grotte aux Contrastes of de Grotte Strauss. Door de ontdekking van de Grotte des Emotions in de vallei van de Lembrée in 1995, vielen de werken in de vallei van PLP stil. Maar in feite was het er niet gedaan.
In een artikel in Spelerpes en Regards werd de balans van onze werken destijds gepubliceerd (zie http://www.scavalon.be/avalonnl/discov/contrast.htm).

Deze vallei heeft immers een groot potentieel, ze is wat dat betreft vergelijkbaar met de Lembrée, alleen wat minder uitgestrekt. Stroomopwaarts zijn er grote verdwijnpunten, o.m. Chantoir des Bannis of de Chantoir E9 waarin we heel veel hebben gewerkt. De Grotte aux Contrastes, met haar onderaards meertje,  biedt een zicht op de watertafel.

Alle water resurgeert in een grote bron langs de weg Juzaine-Heyd, waar in de jaren 90 enkele duikers (o.m. S. Delaby) pogingen waagden. In oktober 2010 geraakte Nico Hecq dan toch doorheen een reeks van drie sifons en aldus werd in 2011 een ébouleus, labyrinthisch réseautje geëxploreerd. In totaal alles bij elkaar 275 m, zeker niet slecht. Dat verhaal kan je lezen op zijn blog http://nicospeleo.blogspot.be/search/label/Pont%20le%20Pr%C3%AAtre

We werkten met Nico samen om zijn ontdekking te relateren aan onze kennis van de vallei. Dankzij een precieze waterpassing (zie http://scavalon.blogspot.be/2011/02/een-dagje-waterpassen_18.html) konden we de hoogteligging van alle karstfenomenen bepalen.

De topo van Nico wees uit dat zijn nieuwe réseau zich praktisch onder enkele kleine grotjes ontwikkelde, die wij in 1993 hadden ontdekt, de E1, E2, E3 en E4. Twee daarvan tochten stevig en een ingang post-sifon is dus niet uitgesloten. Uiteraard interessant maar wat me veel meer interesseert is het stroomopwaartse vervolg te vinden! De grote dolines in de directe nabijheid van dit alles doen ons al 20 jaar lang dromen. Hier zit veel, veel meer.

En dus stond het vast: we moeten het werk in die vallei echt wel afmaken! De twee interessantste objectieven zijn de E3 en de E14 en die gaan we dus prioritair aanpakken.
De E14 ligt niet ver van de Grotte aux Contrastes en is er ongetwijfeld mee gerelateerd. Het was oorspronkelijk een klein blaasgaatje boven in de rand van een enorme doline. We werkten er frequent waardoor het een flinke krater werd maar de instabiliteit ervan deed ons finaal opgeven. In de loop der jaren ben ik er vaak ’s winters gaan kijken naar de wolk van warme mist die het gat uitblaast als het koud is, en staan mijmeren over wat er zich onder die doline zou kunnen bevinden.
De E14 in 2009, grotendeels weer ingestort na onze werken in 1995


Zaterdag 2/12/2017
Met Annette naar de Grotte aux Contrastes gestapt (met enige spannende oversteken van de beek die in crue stond) en er het bordje van Plecotus op het deksel gehangen. Dat deksel had ik in mei 2017 al gaan vervangen door een exemplaar dat een invliegopening voor vleermuizen had, want deze grot, met haar grote zaal van 30x20 m, zou een ideale overwinteringsplaats kunnen worden voor die diertjes. Ook nog gaan kijken naar de enorme doline ernaast, waar de E14 (blaasgat) boven ligt. Bleek dat die was afgekalfd waardoor een nieuw blaasgat was vrijgekomen, in stabiele rots. Heb veel zin om dit gat te hernemen!
De E14 in 2017, nog meer ingestort maar daardoor zijn wel gaatjes in de achterwand vrijgekomen!

Spannende oversteek

Het vleermuisvriendelijke deksel van de Contrastes

Zaterdag 9/12/2017
Na de middag richting PLP waar ik de E14 aanval. Na een paar uur graven in kurkdroge, mulle opvulling van stenen en zand, heb ik zicht op 2 interessante spleten. Het wordt steeds moeilijker het zand uit het gat af te voeren, en dus ga ik op zoek in de wei boven naar een bakje, en tot mijn groot geluk vind ik een grote, geëmailleerde kookpot. Mocht de E14 ooit een grot worden, dan zal ze Trou de la Casserole heten. Het graven gaat nu goed vooruit maar in de verte hoor ik dat er een jachtpartij aan de gang is. Vreemd want er stond geen bordje aan de toegangsweg naar de vallei (nochtans is dat verplicht). Een klopjacht maar ze zitten nog zeker 500 m van mij vandaan. Om 16 u doet een hevige knal dichtbij,  aan de overkant van de vallei me eieren voor mijn geld kiezen. Ik pak gauw mijn rugzak in en sluip langs boven het plateau weg. Volgende keer beter!
Yes! Eindelijk een graafbak gevonden!
Zondag 17/12/2017
Weer een namiddag naar de E14. Ik graaf zowel recht omlaag als opzij in een heel nauw gangetje. Na 2 uur doorwerken kan ik daar over heel de lengte inliggen, maar het vervolg zit nog steeds opgevuld tot op 15 cm van het plafond en ik kan niet echt goed zien hoe het verder gaat. Ik probeer het vervolg met mijn smartphone te filmen, doch de beelden maken me niet veel wijzer.
Het uitgegraven gangetje


Ik wijzig mijn strategie en graaf nu op een andere plek recht omlaag. Nog steeds die droge, zanderige opvulling maar nu en dan grote blokken die spierwit zijn gegroeid met kleine bloemkooltjes. Dat is een goed teken.  Rond 17 u is het stikdonker en krijg ik mijn armen niet meer omhoog. Wordt vervolgd!
Situatie na 2 x graven

woensdag 22 november 2017

Journées de Spéléologie Scientifique 2017

De wetenschappelijke speleologische dagen vonden plaats op 18 en 19 november.
De voordrachten op zaterdag gingen zoals gewoonlijk door in de 'Ferme de Dry Hamptay' te Han sur Lesse.
Op zondag volgde dan een excursie naar de steengroeve 'Carrière Gauthier-Wincqs' te Soignies, onder leiding van Yves Quinif.




Het onderwerp van de excursie moet je dus niet ver gaan zoeken: jawel...: Fantômes de roche en karstvorming door 'fantômisation'.
Professor Yves Quinif is een begenadigd verteller, en met zijn uitleg op het terrein wordt duidelijk hoe grotten kunnen ontstaan door deze 'spookrots'.


De donkere rand van deze plaat is al getransformeerd en kan je met je hand afbreken.
Zicht op de steengroeve, 100m diep.


Een groot deel van deze wand is reeds 'spookrots'
Als een rivier zich in de loop van de tijd dieper insnijdt, wordt de getransformeerde rots door het grondwater naar die rivier getransporteerd en blijft een ondergrondse ruimte over.

De carrière heeft zich tot onder de watertafel uitgebreid en op sommige plaatsen zie je hoe het grondwater de roche fantôme meespoelt... De rode kleur is afkomstig van de pyriet die zich tussen de kalksteenbanken heeft gevormd.




Met dank aan de organistoren van de JSS en in het bijzonder aan Yves Quinif voor zijn duidelijke uitleg. We zijn weeral (een beetje) wijzer...

vrijdag 29 september 2017

Anialarra expeditie 2017

Naar jaarlijkse traditie, en dat al voor het 21ste jaar op rij, gingen we in de maand augustus (3 weken) en september (2 weken) exploreren op het massief van Anialarra, een van de mooiste karstgebieden van Europa. Het programma was zeer gevarieerd doch zoals steeds, deden we hooguit de helft van wat we hadden willen doen! Dit jaar lag het accent niet enkel op exploratie maar ook op fotografie, want het wordt hoog tijd dat we onze fotobibliotheek aanvullen met goede ondergrondse foto’s! 25 jaar Anialarra is niet meer zo veraf en dan komt er zeker een boek uit, met veel foto's erin!

AN506-Sima de los Niños (-410 m)

We begonnen met het hernemen van deze grot. Dit was onze eerste grote ontdekking op het massief (in 1997-1998) en vooral de 258 m diepe put “Le Monstre" zal ons voor altijd bij blijven. We hadden twee doelstellingen: ten eerste, de put fotograferen want er was vroeger nooit één geslaagde foto in gemaakt. Ten twee: het kon bijna niet anders of deze grot zou kunnen verbinden met het Systeem van Anialarra, dat er pal onder ligt. De bodem van de Niños, op -410 m, ligt slechts 15 m verwijderd van de rivier van Anialarra. Helaas bleek de fond nog even potdicht als we 20 jaar geleden vaststelden. Er werd veel tijd gespendeerd aan het heronderzoeken van diverse laterale putten die op -310 vertrekken, eveneens zonder resultaat. De fotosessie echter leverde wel goede foto’s op. De grot bleef geëquipeerd tot in september, voor een tweede fotosessie door een ploeg van Arsip, Amalgame. Maar het afgrijselijke weer van september maakte die afdaling onmogelijk. De grot werd enkele dagen later volledig gedesequipeerd (500 m touw) in echte crue-omstandigheden…

Desequipement Ninos (foto Frits)

In de P23 van Ninos (foto Paul)
50 m diep in Le Monstre, de P258 van Ninos (foto Paul)

Zicht omhoog in het onderste deel van de P258 (foto Paul)

AN669-Sima de la Babosa (-355 m)

In deze zware grot die maar niet wil eindigen en waar we nu al bijna 8 jaar bezig zijn,  zijn we weer vertrokken in een nieuwe puttenreeks. In de Puits Manneke Pis op -220 is na wat werk een nieuwe, diepe put opengemaakt. Einde op -280 boven een put die men op meer dan 100 m diep schat maar te gevaarlijk is om af te dalen wegens de enorme blokken die er hangen. Schoonmaak zal niet simpel zijn. Maar de topo wijst uit dat ook deze put wel eens best de gekende putten zou kunnen vervoegen en dus ook weer op de fond (-355) zou uitkomen. Maar dat zullen we pas in 2018 weten, hopelijk. De grot heeft alle potentieel om de hoogste ingang van het Systeem van Anialarra te worden en zou van het systeem een -900 maken. Eén nadeel: daarvoor moeten we van Babosa een grot maken van -480 m diep en niemand durft over de implicaties daarvan na te denken.  Dat zou betekenen dat er nog een paar honderd meter meer touw in de grot moet gebracht worden. De ingangszone van de grot is erg nauw en lastig. Tot zowat -100 is het een echte Belgische Trou Wéron of Chawresse.
In de Suppositoire op -100 in Babosa (foto Frits)

Systeem AN596-Sima Antartica/AN211 (-344 m)

De naam zegt het al, dit is een ijsgrot. Vorig jaar deden we daar enkele fantastische explo’s in waarbij we een nieuwe tak in de grot tot zowat -140 pushten en stopten bovenaan een zeer diepe put (150 à 200 m). Jammer genoeg was  in augustus een put op -60 nog verstopt met sneeuw, en in september kwam het er niet meer van (bovendien was het toen veel te nat). In de directe omgeving werd een derde ingang gevonden (Sima del Nudista), maar die laat evenmin toe de sneeuwstop te passeren. Wel geraakten we langs die weg gemakkelijk in de prachtige ijszaal op -40 en kon daar een fotosessie worden gehouden die heel mooie foto’s opleverde.
In de ijszaal van Antartica (foto Paul)

Kim daalt af in de 30 m diepe "moulin de glace" (foto Paul)

De "moulin doorsnijdt een ijslaag van 30 m dik (foto Paul)

Nudista, de nieuwe ingang van Antartica (foto Paul)

AN624-Sima Pokémon (-78 m)

Uiteraard gingen we daar verschillende malen heen. Deze grot ligt perfect boven het Systeem van Anialarra en wel boven de extreme amonts van Tintin en Quick en Flupke en al jaren zijn we op zoek naar een directe, snelle toegang tot dat uiterst ver gelegen deel van het systeem. Vorig jaar werd er zeer vaak en hard in gewerkt en we stopten de laatste dag boven een nieuwe put. Die werd dit jaar geëxploreerd; maar onderaan die nauwe en lastige 30 m diepe put zat alles dicht en waren we de tocht kwijt. Het lijkt erop dat deze grot definitief gedaan is, op -78 m diepte. In de ingangszaal werd ook nog gewerkt maar ook daar is er weinig hoop.

AN597-Sima Regalo (-367 m)

De topper van de expeditie! Die werd vorig jaar in september opengemaakt en toen werd de expé afgesloten met een afdaling tot -140 in een van de spectaculairste grotten die we er ooit vonden. Het was dan ook niet verwonderlijk dat deze grot heel veel aandacht kreeg. In augustus werd de instabiele ingangszone veilig gemaakt en wat verbreed. De grot werd weer geëquipeerd tot -140 wat toeliet er een fotosessie te houden in de immense Puits de l’Adrénaline waarmee de grot begint.
Adrenaline gegarandeerd in deze P130 (foto Paul)
In september begon de pret pas echt. Vanaf onze terminus op -140 daalden we vrijwel moeiteloos af tot -200 (Puits Hercule, Puits arrosé, Puits Pinokkio). Daar vertraagde een vernauwing ons een dagje, maar eens daar voorbij ging het weer verticaal verder (Puits du Chipo), vervolgens weer een tijdelijke halte voor vernauwing (Etroiture 69) die een diepe puttenreeks voorafging (Puits du Mérite, Puits Pile ou Face en Puits Queue-leu-leu). Einde op -367 m waar er geen doordringbaar vervolg meer was. Doch 30 m hoger bracht een pendule ons tot voor een smal venster waarachter een grote put wacht. Maar wegens tijdsgebrek zal dat tot 2018 moeten wachten! In de Puits Pile ou Face splitste de grot, en kon in een andere puttenreeks worden afgedaald tot -340, waar ook weer een vernauwing zit met een 40-50 m diepe put eronder! Heel deze tak loopt in noordelijke richting.

Annette rond -70 (foto Paul)

Rond -90 (foto Paul)

Rond -120 (foto: Paul)

Explo rond -340 in Puits QLL (foto Annette)
Op een geheel andere plaats in de grot, op -95 in de ingangsput, is er ook een splitsing. 10 m lager was er een groot platform dat we al dagenlang geduldig links hadden laten liggen. De laatste twee explo’s van september, nadat de grot tot -100 was gedesequipeerd, gingen we eindelijk eens kijken wat er daar was. Eerst werd een mooie puttenreeks gedaan (Puits de la Cale) die dichtloopt op -141, maar wat hoger op -132 is er – je raadt het al – een te nauw venstertje met erachter een immense put met veel echo die we op minstens 75 m schatten.



Deze tak van de grot loopt pal zuid, in totaal tegenovergestelde richting dan de rest.
Paul begint aan de Puits de la Cale (foto Annette)
En dan zetten we zelfs nog geen voet in een andere put die ook op dat groot platform begint en nergens de al bekende putten lijkt te vervoegen! Maar onze tijd was op en het was sowieso al flink doorwerken om deze touwenvretende grot tijdig gedesequipeerd te krijgen.
Vreugde na een geslaagde explo in Regalo (foto Paul)
Kortom, er is nog heel veel werk aan de winkel in deze grot. Ze ligt trouwens niet ver van het Systeem, en het waarschijnlijk is dat ze ermee zal verbinden. Een kanshebber is de Affluent Oublié, die op een enorme omhooglopende put eindigt. Maar daarvoor moeten we nog wel zakken tot een diepte van -434 m en nog een meter of 50 in noordelijke richting geraken.

Ligging van Regalo (groen) ten opzichte van het systeem (oranje))



Prospectie

Finaal deden we nog wat prospectie en maakten we eindelijk de topo van twee andere grotten: AN557 (Grand Avaloir) die uit een grote doline bestaat gevolgd door een ruime ondergrondse zaal) en de AN564, een ruime horizontale ijsgrot die we al in 2000 hadden bekeken.
AN557 le Grand Avaloir (foto Paul)

Systeem van Anialarra  (-853 m en 43 km)

Eén ploeg ging een klim doen in de Affluent de la Discordance en deed er een 40-50 m bij, einde in omhooglopende putten. De andere ploeg ging naar de Nostradamus, voor een scala aan karweitjes: recuperatie van materiaal dat er 2 jaar geleden was blijven liggen, explo en topo van een putje (dat blijkbaar al getopografeerd was…), vervangen van de 13 jaar oude touwen in de Rocky Horror (een klim van 45 m) en andere putten.  Maar het hoofddoel was  een klim te maken bovenaan Salle du Lapiaz, naar een uitdagend zwart gat. Deze klim leverde zowaar een fossiele bovengalerij op van respectabele afmetingen waarin een 100 m werd gevorderd, en het loopt verder! Moeten we dus weer terug. Maar dat zal echt wel met ons bivakmateriaal zijn, want weer is gebleken dat tochten in die zone veel te ver en te zwaar zijn om op één dag te doen. Enkel voor het traject heen-en-weer heeft men al 10 uur nodig. Dan blijft er niet veel tijd meer over voor exploratie!

We deden ook een dagtrip in het Systeem, met als enige doel foto’s maken. We gingen tot aan de waterval nabij het Spaanse kamp (-550) en maakten op de terugweg foto’s. Onderweg werd nog een interessant gangetje gevonden door de juniors Kim en Gertian. Ze deden een meter of 50 première, loopt verder.

De prachtige waterval op -550 (foto Paul)
Plage des Galets op -500 (foto Paul)

Maar de hoofdbrok van de expeditie was het afbreken en deels verhuizen van ons kamp op -600 in de Galerie des Marsupilami (voorbij de trémie van -650) dat daar nu 10 jaar staat, maar zijn functie heeft verloren, wegens de opening van een onderingang tot het Systeem (AN308) die toelaat in slechts 4-5 u onze exploratiezone te bereiken. Voordien was dat minstens 9 u.
Eerst deed een grote ploeg Fransen, Spanjaarden en een Japanner onder leiding van Eric Boyer een traversee van AN51 naar AN308 en ze verhuisden al 4 slaapzakken van ons kamp tot aan het begin van de Rivière Tintin (Puits Milou).
Vervolgens vertrok de ploeg Annette, Frits, Gertian en Kevin in de AN51. In het kamp op -650 namen zij alles mee dat ze nodig hadden om een kamp voor 4 op te zetten. Vervolgens trokken ze zeer zwaar geladen verder en zetten hun kamp  aan de Puits Milou (begin van Rivière Tintin). ’s Anderendaags maakten ze een lange exploratie in de extreme amonts van Tintin (Quick & Flupke).  Om deze zone te bereiken is zelfs vanaf het kamp in Milou ruim 5 u nodig! De Rivière Tintin is echt eindeloos lang. We zitten hier dicht bij de Gouffre des Partages en de bedoeling was dan vooral een gangetje te herzien dat hier 6 jaar geleden was gevonden en pal in de goede richting liep. Jammer genoeg werd het niet teruggevonden! Gelukkig werd een andere interessante plek gevonden. ’s Anderendaags ging de ploeg klimmen in de Affluent Tournesol en de vierde dag gingen ze naar buiten langs de AN308, de onderingang van het Systeem.
Team Nul (of zoiets) in  de Rivière Tintin (foto Annette)
Kortom, er werden geen spectaculaire zaken gevonden, maar de sector blijft interessant. Nu het kamp aan Milou staat, en we via de AN308 kunnen komen, zullen we in de toekomst eindelijk de explo van Tintin kunnen afronden. En wie weet de verbinding met de Gouffre des Partages realiseren, want dat staat zeer hoog op onze wenslijst. Hierdoor zou een systeem van meer dan 128 km lang ontstaan! De verbinding bestaat trouwens al hydrologisch.


Het drietal Paul, Kim en Lieven volgde deze ploeg op de voet met als opdracht al wat overbleef in het kamp op -650 weg te halen. De eerste avond werd besteed aan het verhuizen van zoveel mogelijk materiaal tot bovenin de Grande Salle (iets voor Gibraltar). Na de allerlaatste overnachting in onze vertrouwde kampplaats in de Marsupilami, werd alles Spic en Span opgekuist. Niemand die ooit kan denken dat daar honderden overnachtingen zijn gebeurd! Dan zwaar geladen met 3 volle sherpakits naar buiten. In de Grande Salle ligt nu nog materiaal dat op een dagtrip kan weggehaald worden door 3 à 4 man.



Hierboven 4 foto's van het systeem tussen -450 en -500 (foto's Paul)

Laatste foto van de augustus-expé met Paul, Gertian, Kim, Annette en Gleb

Het weer

Onze exploratiezone situeert zich tussen de 1900 en 2300 m hoogte en ondanks dat we er in Spanje zitten, is het volop onderhevig aan het wispelturige klimaat waarvoor de Pyreneeën gekend zijn. In augustus hadden we uitzonderlijk goed weer, op 3 weken tijd was er slechts een korte periode van een dag of 3 met regen en mist.
In september kregen we daarvoor de rekening gepresenteerd! De expé begon met drie dagen van het ergste pokkenweer, waarbij de temperatuur bovendien als een baksteen omlaag viel en de pijpenstelen regen die we in het skistation hadden, op de hoogte van ons kamp transformeerde in overvloedige en zware sneeuw.

Ons kamp dat we de eerste dag tussen de buien door hadden opgesteld, vonden we ’s anderendaags totaal vernield terug. De Northfacetenten waren verpletterd onder honderden kilo’s natte sneeuw. Vrijwel alle stokken waren gebroken en staken doorheen de tentzeilen. Gelukkig hebben we na 20 jaar er al bijna alles meegemaakt, van stormen met wind tot 200 km/u tot pakken sneeuw. We hebben dus een massa reservestokken, zelfs een reservebuitenzeil, en een derde TNF reservetent . Wie denkt dat hij met een peperdure VE25 Northfacetent - het slagschip onder de expeditietenten - alles aankan, heeft nog nooit in het hooggebergte gekampeerd!



Maar toch kostte het herstellen van de ravage ons veel tijd en energie. Kortom, we verloren enkele dagen. Gedurende de hele eerste week van onze september-expé bleef de wind van het noordwesten komen en dat is vochtige lucht van de Atlantische oceaan. Die bleef maar regen aanvoeren en onze ondergrondse tochten waren vrijwel onmogelijk want de lapiaz is een zeef en wat men ook probeert, men kan nooit volledig hors-crue equiperen want het water komt van overal.
Gelukkig hebben we vlakbij ons kamp een vrij ruime grot-abri, waarin we de vele avonden konden doorbrengen terwijl buiten de regen neergutste. Wat niet betekende dat het er warm of zelfs maar droog was. Het woord “holbewoner” krijgt dan wel een andere betekenis.
Dit moet de zieligste foto zijn die ooit op Anialarra is genomen. Jack en Frits in onze abri, nat tot op hun vel na een poging tot speleo wanneer het slecht weer is (foto: Paul)

Nu en dan werden we zo wakker: verrassing! (foto Paul)

Eén dag schitterend weer krikte het moreel van de troepen danig op, maar daags nadien zat alles weer potdicht en het tweede weekend kregen we opnieuw een pak sneeuw. Gelukkig werd alles goedgemaakt want de laatste 5 dagen van de septemberexpé was het weer echt zomers.
Moraal van het verhaal: wees steeds op alles voorbereid.

Toekomst


Het wordt afgezaagd, maar we zijn daar nu al 21 jaar bezig en we hebben nog maar een fractie van het potentieel aangeboord van dit fabuleuze massief. Toch is het massief niet groot, enkele vierkante kilometers hooguit, maar de concentratie aan (diepe) putten is uitzonderlijk hoog.  Bewijs is dat we er jaar na jaar van de ene grote exploratie in de andere rollen, bijna zonder moeite zo lijkt het wel. We mogen ons gelukkig prijzen dat we deze onuitputtelijke zone mogen exploreren! In elke geval, weten we nu al perfect dat we ons volgend jaar geen seconde gaan vervelen. Een betere motivatie is er gewoon niet. 

Deelnemers

Augustus:  Annette Van Houtte, Paul De Bie , Kim De Bie, Erik Bruijn, Gleb Lanskoy, Lieven De Meyere, Kevin Leys, (allen SC Avalon), Gertian Roose (Spero), Frits van der Werff (GRSC)

September: Annette Van Houtte, Paul De Bie , Mark Michiels, Dagobert L’Ecluse, Bart Saey  (allen SC Avalon), Frits van der Werff (GRSC), Jack London (Continent7)

Dagobert, Mark, Paul, Bart, Annette

Paul, Annette, Jack, Frits

Dank

Onze dank gaat uit naar onze sponsors:
Camping Ibarra
SD Worx
De Berghut
Proviron

Maar ook dank aan alle foto-assistenten die geduldig in diepe putten bleven hangen of in ijszalen bevriezen terwijl de fotograaf op zoek was naar "de" perfecte foto.

Tenslotte dank aan alle deelnemers voor hun tomeloze inzet en enthousiasme, zelfs wanneer de weersomstandigheden er alles aan deden om ons weg te pesten.